
In het Europees Parlement noemde Philip Claeys het gemarchandeer over het Europese presidentschap alles behalve verheffend. Hij herleidde de geroemde ‘kwaliteiten’ van Van Rompuy tot zijn ware proporties en wees erop dat de Belgische presidentskandidaat eigenlijk niet regeert – aangezien dit land niet meer te regeren is – en slechts de conciërge is van het status quo.
Of Herman Van Rompuy overmorgen effectief zal benoemd worden tot eerste Europese president, is nog steeds een open vraag. Dat hij naar de post dingt, is evenwel zeker. Op www.brusselsjournal.com noemt Filip Van Laenen de indruk die Van Rompuy wil wekken dat hij het ambt niet actief zou nastreven en slechts zou toehappen als er een consensus bestaat, zonder meer schijnheilig. Letterlijk: “Schijnheiligheid troef dus, maar de lezer weet vermoedelijk al langer dat dat een eigenschap is die bij Herman Van Rompuy bovengemiddeld ontwikkeld is.” De verwijzing naar een ‘consensus’ is volgens Van Laenen overigens ronduit hilarisch, komende uit de mond van een eerste minister die aan Vlaamse zijde niet eens over een meerderheid voor zijn federale regering beschikt.
Als eerste minister blonk de presidentskandidaat vooral uit in het ‘pappen en nathouden’ en op tijd en stond de CD&V plat op de buik dwingen om de Franstaligen hun zin te geven: “Rustige vastheid heet dat dan in zijn jargon, maar rustige slaafsheid zou de lading al veel beter dekken”, aldus Van Laenen, die er op wijst dat van de vijf aangekondigde ‘werven’ er voorlopig nog maar drie zijn afgewerkt. En zelfs die drie ‘werven’ (begroting, asiel en energie) liggen er dan nog belabberd bij, zoals vandaag ook de Gentse politicoloog Carl Devos vaststelt: “Er is een akkoord over asiel en migratie, over de begroting, over de uitstap uit de kernenergie, maar de belangrijkste verdienste lijkt te zijn dat die akkoorden bestaan. Nooit raak je onder de indruk van de grote bestuurskracht die ervan uitgaat.” (Het Nieuwsblad, 16.11.2009)
Aan twee werven (BHV en de staatshervorming) is Van Rompuy zelfs nog niet begonnen. Of beter gezegd: “Die heeft hij tot nu toe vakkundig in de koelkast kunnen houden door ofwel dringendere zaken in te roepen, ofwel op zijn blote knieën bij de Franstaligen extra tijd af te kopen”, zo stelt Van Laenen. Dat is natuurlijk weinig bevredigend vanuit Vlaams standpunt, maar anderzijds is het natuurlijk nog maar de vraag of een staatshervorming of een onderhandelde oplossing voor BHV onder leiding van Van Rompuy zoveel goeds voor Vlaanderen zou kunnen brengen: “Als Herman Van Rompuy erin zou kunnen slagen die twee werven op een of andere manier af te werken, moet gevreesd worden dat die afwerking er vooral uit zal bestaan de eigen partij nog maar eens plat op de buik te dwingen voor een reeks toegevingen aan de Franstaligen.”
Als BHV niet gesplitst geraakt voor de federale verkiezingen, dreigen volgens Carl Devos in ieder geval chaos en miserie: “Er zullen heel wat juridische procedures tegen alle verkiezingshandelingen worden gestart. Misschien keurt het Grondwettelijk Hof na die ‘ongrondwettelijke’ verkiezingen alle wetten van het nieuwe parlement af. Zonder BHV-akkoord leiden verkiezingen tot een politieke en institutionele crisis.” In dat geval, zo concludeert Devos, is Van Rompuy ook “een beetje president”, namelijk “de baas van een bananenrepubliek.”