
Wouter Bos - de charismatische voorzitter van de Nederlandse Partij van de Arbeid - gooide eind vorige week geheel onverwacht de handdoek in de ring en zette in een moeite door Job Cohen op zijn stoel. Bos ontloopt daarmee het grote duel met Geert Wilders, nu ex-premier Balkenende ook in zijn eigen partij meer en meer gecontesteerd wordt. De PvdA kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen zware klappen en moest meer dan 600 zetels inleveren. Job Cohen, de burgemeester van Amsterdam, moet het tij keren. De eerste peilingen zien er fraai uit, maar of de 62-jarige Job Cohen ook de Grote Messias is die de maatschappelijke problemen gaat oplossen, is nog maar de vraag.
In de Belgische pers werd de komst van Cohen alvast op luid en enthousiast hoerageroep onthaald. De man werd in perscommentaren uitvoerig geprezen voor zijn beleid in Amsterdam, waar hij erin geslaagd zou zijn om “de boel bij elkaar te houden”. Ook met de veiligheid zou het onder Cohen de goeie kant opgaan. Jammer, maar “dat is de Amsterdammers niet zo erg opgevallen”, stelt Syp Wynia kritisch vast (Elsevier, 12.03.10).
Cohen is, ook in onze pers, de grote held, “een bruggenbouwer”. Maar, schrijft Dirk Jan van Baar, “als Cohen al bruggen bouwt, dan is het alleen in eigen kring, binnen de linkse kerk.” Job Cohen is de paus van de linkse kerk. Die status heeft hij te danken aan zijn onwrikbare geloof in de multiculturele samenleving. Links beschouwt hem dan ook als de ideale uitdager voor Geert Wilders. ‘Cohen zal Wilders wel even een poepje laten ruiken’, hoor je dan. Maar dat zou wel eens flink kunnen tegenvallen. Cohen, ‘de multicultiknuffelaar’, is voor Wilders een gemakkelijke prooi. Voor de progressieve elite, die in witte wijken woont, ver weg van het grootstedelijke gewoel, is Job de gedroomde premier. Maar, “de proletarische aanhang zal minder enthousiast zijn over het geknuffel van Job. Ze woont in wijken waar het al lang niet meer lukt om de boel bij elkaar te houden.” (Carel Brendel op www.hetverraadvanlinks.nl)
Job Cohen laat zich graag filmen als hij op de thee gaat bij allochtonen. Zelf kreeg hij niettemin (omwille van zijn Joodse afkomst) doodsbedreigingen van moslimextremisten. Ondanks alles blijft Cohen de islam niet zien als een rem maar een hefboom voor de integratie van moslims. “Onder zijn bewind werd in het geniep een gemeentelijke subsidie van twee miljoen euro uitgetrokken voor de bouw van een moskee van de omstreden Turkse Milli Görüs-beweging. Cohen maakte er een persoonlijke missie van om een eveneens gesubsidieerd islamitisch cultureel centrum (‘Marhaba’) op te richten. Beide projecten strandden.” (Syp Wynia, Elsevier, 12.03.10)
De linkse Carel Brendel waarschuwt dat de PvdA op het vlak van de integratie de klok minstens tien jaar terugdraait: “Een stem op Cohen betekent allerhande concessies aan hoofddoekenbrigades, boerkinizwemsters en andere vormen van islamgedrag. Op termijn is dit rampzalig voor de PvdA (en het land, nvdr) maar zolang de kiezers die koers niet afstraffen, is er geen hoop op verandering.” Anders gezegd: als Nederland op 9 juni valt voor de ‘charmes’ van Cohen, is de ellende niet te overzien.