
Vorige week zette de regering het licht op groen voor het koninklijk bezoek aan Congo ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid. In De Tijd (13.03.2010) vraagt Bart Haeck zich niet zonder reden af wat de federale regering eigenlijk bezielt om toe te staan dat “de koning voor het eerst in een kwarteeuw feest gaat vieren in een land waar op grote schaal gemoord en verkracht wordt.” En “wat krijgt dit land terug voor zijn toegift om een regime te legitimeren dat daarop eigenlijk geen recht heeft?” Een economische afweging kan het in ieder geval niet zijn, aldus Haeck: “Uit cijfers van Flanders Investment and Trade blijkt dat de handel met Congo goed is voor 1 promille van de Vlaamse uitvoer. En de import van grondstoffen uit Congo, ooit de motor van de koloniale Belgische economie? Die is goed voor eveneens 1 promille van de Vlaamse import.” Blijft dus de vraag wat België ervan weerhoudt “het signaal uit te sturen dat het niet normaal is wat er op dit moment in Congo gebeurt.” Vervolgens komt ook Haeck tot de vaststelling dat België een land is met twee publieke opinies en dat in de Franstalige publieke opinie eigenlijk niemand vindt dat de koning moet thuisblijven.
Een van de vele illustraties van de manier waarop de Franstaligen de gang van zaken in deze regering naar hun hand weten te zetten, is dan ook het Belgische Congobeleid. Precies zoals de Franstaligen altijd al wilden, worden er sinds het aantreden van Steven Vanackere (CD&V) als minister van Buitenlandse Zaken immers opnieuw platte broodjes gebakken met de machthebbers in Kinshasa.
Het is sinds begin dit jaar dan ook een komen en gaan van Belgische ministers in Congo. Steven Vanackere was nog maar net terug of vicepremier Laurette Onkelinx (PS) maakte reeds haar opwachting bij Kabila. Nadien was het de beurt aan vicepremier Joëlle Milquet (cdH), die meteen van de gelegenheid gebruik maakte om de
Congolezen uit te nodigen naar dit land te emigreren. Binnenkort maakt ook nog minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR) zijn opwachting. Wie niet in het rijtje ontbreekt, is natuurlijk wereldreiziger op staatskosten Pieter De Crem (CD&V). De minister van Defensie haalde het bij deze gelegenheid zelfs in zijn hoofd om op 21 juli een delegatie Congolese militairen mee door Brussel te laten paraderen. Na een reeks verontwaardigde reacties krabbelde hij terug en liet hij weten dat er nog geen officiële uitnodiging was overgemaakt. Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger Francis Van den Eynde kondigde ondertussen reeds aan dat hij eerste minister Leterme en defensieminister De Crem hierover eerstdaags zal interpelleren.
De uitnodiging om een delegatie van het Congolese leger – dat zich de voorbije jaren schuldig maakte aan plundering, verkrachting en moord op de eigen bevolking – te laten deelnemen aan het 21 juli-defilé in Brussel is voor het Vlaams Belang in ieder geval volstrekt onaanvaardbaar. Het Vlaams Belang vindt het trouwens evenmin kunnen dat Belgische militairen en
gezagsdragers deelnemen aan de ‘feestelijkheden’ naar aanleiding van vijftig jaar Congolese onafhankelijkheid. Er valt in Congo immers niets te vieren: vijftig jaar onafhankelijkheid betekende immers in de eerste plaats vijftig jaar ellende, burgeroorlog en rampspoed voor de Congolese bevolking in een land dat potentieel een van de rijkste ter wereld zou kunnen zijn.