
21 juli-toespraak: wolligheid troef
21.07.2010 11.03u - Een koninklijk pleidooi voor een “opbouwende dialoog en wederzijds respect”. Tot zover de teneur van de traditionele 21 juli-toespraak van Albert II van Saksen-Coburg. Het is het intussen grijs gedraaide plaatje dat elk jaar opnieuw nog eens opgelegd wordt in Laken, maar het geeft ook impliciet aan dat België al lang vierkant draait.
De koning begon zijn erg voorzichtige toespraak met de vaststelling dat communautaire spanningen het land beroerden en voor grote politieke verschuivingen hebben gezorgd. Albert II riep de politici op om de blik naar de toekomst te richten en “nieuwe vormen van samenleven” te bedenken. “Pijnlijke kwesties (BHV?) dienen beslecht te worden.” Want, aldus de vorst “alle energie is vereist om de economie te herstellen”. Aan platitudes en clichés geen gebrek.
Het is duidelijk dat Albert zich – deze keer, het is ooit anders geweest – niet op glad communautair ijs wou wagen. Dat ijs is immers heel dun en de regeringsvorming verloopt al moeizaam genoeg. De koning die vroeger openlijk of wat meer verdoken de kant van de Franstaligen koos, hield zich op de vlakte. Alleen met een verwijzing naar de zogenaamde “gefedereerde entiteiten” die beter moeten samenwerken, liet Albert even in zijn kaarten kijken. De term ‘gefedereerde entiteiten’ is het gebruikelijke Franstalige jargon voor wat wij in Vlaanderen de gemeenschappen of deelstaten noemen. Maar die termen bezorgen Wallonië en Laken koude rillingen. Of het nieuwe samenlevingsmodel een kans van slagen heeft, hangt in grote mate af van de Franstaligen. Die zullen straks bereid moeten zijn tot toegevingen. En dat is een woord dat ze helemáál niet kennen…
Wat gebeurde er dag op dag 179 jaar geleden op 21 juli? Klik hier.
|