In de media
Zeg niet zomaar ‘fascist’ tegen Dewinter
26 december 2004 • 11.55u
“Premier Guy Verhofstadt en zijn minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht duidden Filip Dewinter als een ‘onvervalste fascist’ (De Standaard, 17.12.04). Als historicus, gespecialiseerd in de studie van diverse vormen van fascistisch, nationaal-socialistisch, reactionair, extreem-rechts en uiterst rechts denken en handelen, weet ik niet wat ik mij bij deze kwalificatie moet voorstellen. Ik weet al helemaal niet welke kant ik met dat ‘onvervalste’ op moet. Hebben Verhofstadt en De Gucht Marinetti op het oog? Zouden ze Mussolini bedoelen? Maar gaat het dan om de Benito van voor of die van na het verdrag van Lateranen? Zou het kunnen dat ze in Dewinter een d’Annunzio zien, waarbij Fiume jumeleert met Antwerpen.”
“Misschien gebruiken ze, zoals zovelen, ‘fascist’ oneigenlijk om te verwijzen naar het nationaal-socialisme. Ze moeten dan wel eens beslissen welke richting ze met die ‘onvervalste’ uit willen, want specialisten wijzen er steevast op dat de verschillen tussen fascisme en nationaal-socialisme groter zijn dan de overeenkomsten. Grote delen van het fascisme worden gekenmerkt door een vitalistisch-optimistische antropologie. Zou het dat zijn wat Dewinter zo kenmerkt in de ogen van de twee liberale voormannen?”
“Misschien kan Lucas Vander Taelen ons helpen. Deze historicus van opleiding, die ooit voor Agalev in het Europees Parlement zetelde, verklaarde in 1995 dat hij in Filip Dewinter ‘geen fascist, maar een uiterst rechts, reactionair democraat’ ziet. Dat maakt het er niet eenvoudiger op. Maar het probleem wordt, dankzij Vander Taelen, wel chronologisch ingeperkt: Dewinters evolutie in de richting van wat Verhofstadt de ‘onvervalste’ noemt, speelt zich dus af tussen 1995 en 2004.”
“Maar als je het historisch gesitueerde en inhoudelijk sterk gedifferentieerde concept ‘fascisme’ hanteert als een simpel etiket dat je kunt kleven op naoorlogse en eigentijdse politieke denk- en handelswijzen, dan wordt het pas een hachelijke onderneming. Het volk dat je er tegenkomt beweegt zich tussen Evita Peron en Pim Fortuyn. Je leert er heel wat, onder meer dat in een ‘onvervalste fascist’ een ‘neofascist’ in potentie steekt waarin de belofte van een ‘postfascist’ schuilt die in de kern een ‘onvervalste deftige meneer’ huisvest. Dewinter een carrière als matroesjka (Russisch popje)? De Gucht moet daarover eens dringend een praatje slaan met zijn Italiaanse collega Gianfranco Fini.”
“Maar dat alles is natuurlijk niet besteed aan Belgiës premier en diens minister van Buitenlandse Zaken. Het is hen niet om de juiste, genuanceerde inhoud van de gehanteerde begrippen te doen. Ze willen alleen maar met verdraaide woorden een beeld van de tegenstander scheppen dat ze vervolgens met een scheldende missionaire ijver aanpakken. Ze verliezen uit het oog dat ze zo alsmaar meer, in hun manieren, in hun stijl, beginnen te gelijken op de creatie die ze te lijf gaan.”
“In de zestiende eeuw al vertelde Michel Eyquem, seigneur de Montaigne, dat ‘een verdraaier van het woord een verraaier van de samenleving is’. Een onvervalste dan.”
Eric Defoort in De Standaard, 23.12.04