
Klein-Azië levert slag in Brussel
17.11.1998 - Midden november 1998 werd in Italië de internationaal gezochte leider van de Koerdische terreurorganisatie, Abdullah Öcallan, opgepakt. Nadat de Italiaanse regering te kennen had gegeven dat ze de Turkse staatsvijand nummer één niet zonder enige voorwaarde aan Turkije zou uitleveren, gingen in verschillende Europese steden de poppen aan het dansen. De Turkse staatszender én de toenmalige Turkse premier Yilmaz hadden immers alle landgenoten in Europa opgeroepen solidair te zijn met het bewind in Ankara, terwijl aan de andere kant ook de Koerdische zenders via opruiende uitzendingen hun gemeenschappen in Europa mobiliseerden.
Op de avond van 17 november kwamen in Brussel enkele honderden Turken op straat. Zij kregen al snel het gezelschap van andere allochtone jongeren die van de gelegenheid gebruik maakten om hun steentje bij te dragen tot de losbrandende stadsguerrilla. De balans mocht er zijn: tientallen gesneuvelde etalages, tal van vernielde wagens, in brand gestoken huizen, een verwoest café,… Voor de eerste keer werd in dit land zelfs een lokaal van politieke vluchtelingen kort en klein geslagen. Dat het hier om een trefplaats van Assyrische christenen ging, was wellicht geen toeval.
In een vraaggesprek met De Morgen stelde de Turkse journalist en auteur Mehmet Ülger te vrezen dat “hierdoor de integratie van Turkse migranten in Europa fout gaat lopen (…) Als je alleen al kijkt naar wat er nu gebeurt, merk je dat. Tal van Turken en Koerden leggen zomaar hun werk neer om te gaan demonstreren in de Italiaanse hoofdstad Rome. Dat betekent dat ze volledig opgeslorpt zijn door de politiek in Turkije.” De taferelen die zich in Brussel en sommige andere Europese steden afspeelden, waren inderdaad een veeg teken. Het feit dat zowel Turken als Koerden zich geroepen voelden hun conflict in de West-Europese steden uit te vechten, toonde immers aan dat zij zich in de eerste plaats bleven gedragen als onderdaan van hun oorspronkelijke vaderland en hun integratie in deze samenleving niet bepaald geslaagd was te noemen.
Pikant detail was overigens het feit dat de taferelen van een etnische burgeroorlog zich afspeelden amper twee weken nadat het Brusselse politieke establishment alle juridische middelen had gemobiliseerd om een vreedzaam congres van het Vlaams Blok te verhinderen. Op 7 november, de congresdag zelf, leek Brussel overigens wel een belegerde vesting. Tien dagen later moesten de Brusselaars verbaasd vaststellen dat dezelfde politieke klasse niet eenzelfde ijver aan de dag had kunnen leggen tegenover vreemdelingenbendes die onze hoofdstad als hun terrein hadden uitgekozen om hun oorlog – die op zo’n 3.000 kilometer van hier woedde – verder uit te vechten.
Archief
|