
Oprichting van de Raad van Vlaanderen
04.02.1917 - Na de Duitse inval in 1914 vormden zich onder de Vlaamsgezinden twee onderscheiden groepen. Aan de ene kant waren er de passivisten, die passief wilden blijven onder de Duitse bezetting en hun actie wilden uitstellen tot na de oorlog. De activisten daarentegen waren van oordeel dat ze ook in oorlogstijd moesten trachten de Vlaamse eisen te realiseren. Zij probeerden dan ook van de bezetter gedaan te krijgen wat de Belgische overheid hen had geweigerd.
In januari 1917 werd in Brussel een vergadering belegd waarop activisten van allerlei strekkingen aanwezig waren. Als vervolg daarop werd op 4 februari de zogenaamde Raad van Vlaanderen opgericht. De Raad telde aanvankelijk 46 leden en werd later verder uitgebreid. De bedoeling van dit orgaan was de totstandkoming van een Vlaams parlement. De activisten hadden daarbij het voorbeeld van Polen voor ogen, waar in november 1916 het door de Duitsers bezette Russische deel van Polen was uitgeroepen tot een onafhankelijk koninkrijk, dat voorlopig door een staatsraad zou worden bestuurd. Mede omwille van Duitse tegenwerking is de Raad van Vlaanderen echter nooit tot een volwaardige werking gekomen; de raad heeft dan ook nooit meer dan een adviserende taak gehad.
Een van de meest opmerkelijke wapenfeiten van de Raad van Vlaanderen zou de uitroeping van de Vlaamse onafhankelijkheid zijn (1918), waarbij ze zich lieten inspireren door de Ierse Paasopstand (1916).
Archief
|