Referentieprijzen voor schoollaptops bieden ouders geen echte bescherming
Uit een bevraging van Het Nieuwsblad blijkt dat bijna twee op de drie middelbare scholen die een laptop verplichten voor hun leerlingen hierbij boven de Vlaamse referentieprijzen gaan. Volgens Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) functioneren de door Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) ingevoerde referentieprijzen in de praktijk nauwelijks als echte prijsgrens. "Die referentieprijs werd duidelijk gewoon ingevoerd als zoethoudertje richting de socialistische coalitiepartner, maar biedt in de praktijk geen enkele garantie voor ouders die moeite hebben om de stijgende schoolfactuur te betalen."
Uit de bevraging blijkt dat 30 van de 47 middelbare scholen die reageerden, niet binnen de referentieprijzen kunnen blijven. In sommige scholen loopt de factuur voor ouders op tot honderden euro's boven de vooropgestelde 575 euro. "Dit bevestigt de bezorgdheid die wij al eerder in de commissie hebben aangekaart", zegt Beckers. "De Vlaamse regering heeft die referentieprijzen ingevoerd met het argument dat ouders beschermd moeten worden tegen hoge en onbeperkte laptopfacturen. Maar als vandaag bijna twee op de drie scholen boven die prijs zit, moet je je toch afvragen welke concrete bescherming die grens van 575 euro ouders nog biedt."
“De minister maakt van haar vaste referentieprijs gewoon een fictieve norm”
Ook de nieuwe uitleg over de reden waarom scholen van de referentieprijs mogen afwijken, roept volgens Beckers vragen op. "De oorspronkelijke logica was duidelijk: een school kon enkel een duurder toestel kiezen wanneer dat pedagogisch noodzakelijk was, bv. voor een ICT- of STEM-richting waar een krachtiger toestel echt nodig is. Een algemene stijging van de laptopprijzen is echter geen pedagogische nood. Dat is een marktomstandigheid. Nu wordt blijkbaar ook die algemene prijsstijging aanvaard als reden om boven de referentieprijs te gaan. Daarmee maakt de minister van haar vaste referentieprijs gewoon een fictieve norm."
Ten slotte legt de discussie volgens Beckers een fundamenteel verschil bloot tussen de coalitiepartners. "Vooruit zegt dat de referentieprijzen strikt moeten worden gerespecteerd en ziet dat als een de facto maximumfactuur voor laptops. Minister Demir en de N-VA zeggen daarentegen dat de referentieprijzen slechts richtinggevend zijn. Dat zijn twee fundamenteel verschillende interpretaties, wat eens te meer toont dat die referentieprijzen een loos politiek compromis zijn en enkel werden ingesteld als zoethoudertje richting Vooruit. Voor ouders is dat weinig geruststellend: zij hebben vooral nood aan duidelijkheid. Daarom pleiten we met het Vlaams Belang al jaren voor een echte naar studiedomein gedifferentieerde maximumfactuur in het secundair onderwijs, zowel voor analoge als voor digitale leermiddelen."