Bijna helft verdachten van geweld tegen holebi’s en transpersonen is minderjarig
De federale politie registreerde in 2025 in totaal 600 feiten ingegeven door homo- of transhaat. Bijna de helft van de geregistreerde verdachten van die feiten waren minderjarig. Brussel, Antwerpen en Gent kennen het grootste aantal feiten. Dat blijkt uit cijfers die Kamerlid Alexander Van Hoecke (Vlaams Belang) opvroeg bij federaal minister van Justitie Annelies Verlinden (cd&v). Het gaat onder meer om fysiek geweld, diefstal en afpersing en het beschadigen van eigendom. “Het is een jammerlijk vermoeden dat al veel langer leeft, maar nu voor het eerst ook zwart op wit wordt bevestigd in de cijfers van de politie”, zegt Van Hoecke. “Het is bovendien onbegrijpelijk dat de regering halsstarrig blijft weigeren om herkomstcijfers te publiceren. Zo varen we blind en blijft symboolpolitiek de realiteit verdoezelen.”
Sinds april 2024 worden de motieven ‘homofobie’ en ‘transfobie’ afzonderlijk geregistreerd door de politiediensten. Daardoor is het voor het eerst mogelijk om geweld tegen holebi’s en transpersonen op een objectieve manier in kaart te brengen. In 2024 werden er in heel het land 367 feiten ingegeven door homofobie geregistreerd. In 2025 waren dat er al 498. Een stijging van 35,69%. De door transfobie ingegeven feiten stegen van 84 in 2024 naar 102 in 2025. Een stijging van 21,43%. In totaal werden er in 2025 zo’n 600 feiten voor beide categorieën geregistreerd.
Ondanks de onvolledige cijfers voor 2024, valt één stijging wel bijzonder op: het aantal minderjarige verdachten. In 2024 werden er 33 minderjarige verdachten geregistreerd. In 2025 waren dat er al 86, een stijging van 160,61%. Het aandeel minderjarigen in het totaal aantal gekende verdachten is gestegen van 29,20%, naar 47,51%. Specifiek wat geweld tegen transpersonen betreft zijn er zelfs bijna dubbel zoveel minderjarige dan meerderjarige verdachten geregistreerd.
Wanneer we inzoomen op de plaats waar de feiten werden geregistreerd, wordt duidelijk dat het Brussels Gewest absoluut koploper is. Meer dan een op zes van de feiten (107) ingegeven door homo- of transhaat werd in 2025 in een van de Brusselse gemeenten geregistreerd. Sint-Jans-Molenbeek is op zichzelf goed voor bijna een kwart van de feiten in alle Brusselse gemeenten. Op de tweede plaats staat Antwerpen met 78 geregistreerde feiten en op de derde plaats Gent met 49 feiten.
“Het is de eerste keer dat we geweld tegen holebi’s en transpersonen op basis van precieze cijfers uit de politiedatabanken in kaart kunnen brengen”, stelt Van Hoecke. “Het bevestigt jammer genoeg wat we al langer vermoedden. Veel holebi’s en transpersonen voelen zich niet langer veilig op straat en dat geldt in het bijzonder voor onze steden. Het is onaanvaardbaar dat iemand in dit land zou moeten vrezen voor zijn of haar fysieke integriteit omwille van een geaardheid.”
“In België blijft men halsstarrig weigeren om cijfers over herkomst te publiceren”
Het Vlaams Belang-Kamerlid wijst er weliswaar op dat de cijfers maar een deel van de realiteit weerspiegelen. “Het totale aantal geweldfeiten ligt ongetwijfeld hoger dan het aantal dat in de politiedatabanken terecht komt”, aldus het Kamerlid. “Veel slachtoffers doen geen aangifte. Ik ken zelf mensen die te maken hebben gehad met stevige intimidatie op straat, maar daar jammer genoeg geen aangifte van hebben gedaan. Hun ervaring wordt niet in deze cijfers opgenomen en zo zullen er nog honderden zijn.”
“Ten tweede blijft er een ongelofelijke blinde vlek in de data zitten”, besluit Van Hoecke. “In België blijft men halsstarrig weigeren om cijfers over herkomst te publiceren. In Nederland bijvoorbeeld beschikt men wel over dergelijke cijfers en kan het probleem dus veel correcter in kaart gebracht worden. Het wordt tijd dat we het probleem aanpakken op basis van de juiste, objectieve gegevens en niet op basis van symboolpolitiek en emotionele uitbarstingen.”