Brussel en Wallonië tellen vijf keer meer nieuwe leefloners dan Vlaanderen na werkloosheidshervorming
Door de werkloosheidshervorming van de regering-De Wever groeit het aantal leefloners met 16,4 procent. In de eerste vier maanden van 2026 stroomden 29.839 mensen die hun werkloosheids- of inschakelingsuitkering verloren, door naar het leefloon. Het totale aantal leefloners steeg daardoor van 182.245 vóór de hervorming tot 215.005. ”Maar achter deze stijging gaat een diepe communautaire kloof schuil”, zegt Kamerlid Ellen Samyn (Vlaams Belang), die de cijfers opvroeg bij N-VA-minister Anneleen Van Bossuyt. "In Vlaanderen blijft het enigszins beperkt, in Franstalig België daarentegen loopt het volledig uit de hand.”
In Vlaanderen kwamen er 5.066 leefloners bij (+9,7 procent). Daartegenover steken Brussel met 7.542 bijkomende leefloners (+16,0 procent) en Wallonië met liefst 17.060 nieuwe leefloners (+20,8 procent) scherp af. Brussel en Wallonië samen tellen daarmee bijna vijf keer zoveel nieuwe leefloners als Vlaanderen (24.602 tegenover 5.066), terwijl er in Vlaanderen nochtans meer mensen wonen dan in Brussel en Wallonië samen. "Eén federale hervorming, en toch een compleet ander resultaat naargelang de regio", merkt Samyn op. "Dit zegt alles over hoe verschillend werkzoekenden in dit land worden opgevolgd."
Op gemeentelijk niveau is het beeld nog opmerkelijker. In de lijst van steden met de grootste toename staat welgeteld één Vlaamse stad: Antwerpen (+1.309). Koplopers zijn Charleroi (+1.802), Luik (+1.588) en Brussel-Stad (+1.546). In verschillende kleinere Waalse gemeenten loopt de stijging op tot meer dan 75 procent bovenop het bestaande aantal leefloners. "Vlaanderen betaalt mee voor een systeem dat in Brussel en Wallonië volledig anders wordt toegepast", aldus nog Samyn.
“Van Bossuyt volgt niets op”
Minister Van Bossuyt erkent bovendien dat ze de gevolgen van haar eigen beleid niet kent. Haar administratie weet naar eigen zeggen niet hoeveel artikel 60-tewerkstellingstrajecten er bij de OCMW's lopen, noch hoeveel daarvan tot duurzaam werk leiden. Ze stelt in haar antwoord letterlijk dat de federale overheid enkel nog als uniek betalingsloket voor de OCMW's fungeert, en dit zonder bijkomende administratieve opvolging of monitoring. “Zelden vatte een bevoegd minister de Belgische transferlogica zo bondig samen”, vervolgt Samyn. “De OCMW's delen uit, de federale kas betaalt, en niemand van de meerderheid stelt daar blijkbaar vragen over”. Die bijkomende instroom aan leefloners wordt volledig federaal betaald en kost de schatkist naar schatting 426 miljoen euro per jaar extra - een rekening die via de federale sociale zekerheid in grote mate bij de Vlaamse belastingbetaler belandt. Dat brengt het totale kostenplaatje voor het leefloon op meer dan 3 miljard euro in dit land.
"De cijfers tonen een gigantisch verschil tussen Vlaanderen en Franstalig België, en Van Bossuyt geeft dus zelf toe dat ze niet opvolgt wat er met al die dossiers gebeurt", besluit Samyn. "Zolang de sociale zekerheid federaal blijft en niemand zich verantwoordelijk voelt voor het resultaat, blijft de Vlaming meebetalen voor een beleid dat elders volledig anders wordt uitgevoerd.”