Brusselse kinderbijslag stroomt massaal naar buitenland
In 2025 werd bijna 9,3 miljoen euro aan Brusselse kinderbijslag uitgekeerd aan kinderen die in het buitenland wonen en geen Belgische nationaliteit hebben. Dat blijkt uit cijfers die Brussels Parlementslid Bob De Brabandere (Vlaams Belang) heeft opgevraagd bij de bevoegde Collegeleden Elke Van den Brandt (Groen) en Laurent Hublet (Les Engagés) in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. "Brussel pompt jaar na jaar miljoenen belastingcenten naar kinderen die hier niet opgroeien en hier nooit gewoond hebben. Daar moet onmiddellijk een einde aan komen. De bilaterale verdragen die verplichten om kinderbijslag uit te keren aan kinderen in niet-EU-landen moeten worden opgezegd", reageert De Brabandere.
Uit de cijfers blijkt dat in 2025 bijna 3.900 kinderen die in het buitenland verblijven Brusselse kinderbijslag ontvingen, goed voor 9.280.807 euro. Dat bedrag blijft structureel hoog en hardnekkig: ook in 2024 liep het exportbedrag al op tot meer dan 10 miljoen euro. Over zes jaar tijd verdween zo ruim 56 miljoen euro via de Brusselse kinderbijslag naar het buitenland. Bovendien ontvangen, op basis van bilaterale akkoorden met niet-EU-landen zoals Marokko en Turkije, honderden kinderen die nooit in Brussel hebben gewoond toch Brusselse kinderbijslag. In 2025 ging het daarbij om meer dan 200.000 euro per jaar, waarvan alleen al bijna 59.000 euro naar Marokko vloeide. “Het is onverantwoord dat we Brusselse kinderbijslag blijven uitkeren aan kinderen die niet in Brussel en zelfs niet in de Europese Unie worden opgevoed”, stelt De Brabandere. “In landen met een veel lagere levensstandaard vertegenwoordigt één maand Brusselse kinderbijslag een veelvoud van een gemiddeld gezinsinkomen. Dat is niet de bedoeling van het systeem.”
“Naast die torenhoge bedragen is er nog een alarmerender probleem, namelijk de totale afwezigheid van controle”, vervolgt het Brussels Parlementslid. “Bijna drie miljoen euro per jaar gaat naar kinderen waarvan Brussel zélf niet eens weet wie ze zijn.” De categorie ‘onbekende nationaliteit’ is in vijf jaar tijd meer dan verdubbeld, van 462 dossiers in 2020 naar 1.044 dossiers in 2025, terwijl het bijbehorende bedrag zelfs vervijfvoudigde van 543.532 euro naar 2.739.845 euro. Dat roept fundamentele vragen op over de controleerbaarheid van het systeem: hoe kan men nagaan of deze kinderen effectief bestaan, of zij werkelijk in het buitenland verblijven zoals opgegeven, en of ze aan de voorwaarden voldoen? “Dat is in Brussel al moeilijk genoeg,” zegt De Brabandere, “maar voor landen buiten de EU is het ronduit onmogelijk. Brusselse uitkeringen horen bestemd te zijn voor kinderen die hier opgroeien, niet voor kinderen op duizenden kilometers afstand.”
“Het is onaanvaardbaar dat Brusselse kinderbijslag terechtkomt bij kinderen die hier nooit hebben gewoond, terwijl onze gezinnen elke dag geconfronteerd worden met stijgende kosten”
Dat de controleproblemen reëel zijn, blijkt ook uit de fraudecijfers in het antwoord van de GGC-Collegeleden. Sinds 1 januari 2020 werden 504 dossiers van mogelijke fraude doorgestuurd naar de Inspectiedienst van Iriscare, telkens wegens twijfel over de werkelijke verblijfplaats van de rechthebbenden. In 102 gevallen, bijna één op vijf, werd effectief vastgesteld dat de kinderbijslag ten onrechte was uitbetaald. Het gemiddeld terug te vorderen bedrag liep daarbij op tot maar liefst 16.305 euro per dossier. Nog verontrustender is dat de Brusselse wetgeving geen bijkomende sancties voorziet: wie betrapt wordt op fraude, moet enkel terugbetalen binnen de wettelijke verjaringstermijnen. Meer niet. “De Brusselse wetgeving heeft geen tanden. Wie fraudeert met kinderbijslag, riskeert niets anders dan het teruggeven van wat hij onterecht ontving. Dat is geen fraudebeleid, dat is een aanmoediging om het te proberen”, stelt De Brabandere.
“Vastgestelde fraudegevallen kunnen in principe aanleiding geven tot vervolging door de gerechtelijke autoriteiten, maar de Collegeleden geven zelf toe dat er voor het overige geen sancties bestaan. Dat moet veranderen.” Het Vlaams Belang pleit daarom voor de onmiddellijke opzegging van de bilaterale overeenkomsten met niet-EU-landen die de export van Brusselse kinderbijslag verplichten. Daarnaast moet het Verenigd College zijn verantwoordelijkheid opnemen: er moeten echte sancties komen bij fraude en een grondig onderzoek naar de explosief gegroeide categorie van ‘onbekende nationaliteit’. “Brusselse gezinnen die elke dag gaan werken en bijdragen, zien de kosten van het levensonderhoud stijgen. De Brusselse kinderbijslag moet ten goede komen aan kinderen die hier opgroeien, in onze scholen zitten en deel uitmaken van onze samenleving”, besluit De Brabandere. “Elke euro die wegvloeit naar het buitenland waartoe Brussel niet Europees verplicht wordt, is er één te veel.”