De Ridder loog over adviezen over luchthavendading
Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) verklaarde in de commissie Mobiliteit dat er meerdere adviezen van de Inspectie van Financiën bestonden, omdat de regering telkens tegemoetkwam aan de bezwaren, en dat de Inspectie daardoor ‘haar advies heeft willen aanpassen’. Nu blijkt dat geen enkel van die adviezen gunstig was. “De minister heeft het parlement voorgelogen”, reageert Parlementslid Tom Lamont (Vlaams Belang). “Ze moet zo snel mogelijk tekst en uitleg komen geven.”
De Vlaamse Regering keurde op 17 juli 2026 de nieuwe subsidie- en exploitatieovereenkomsten voor de regionale luchthavens goed, samen met een vertrouwelijk gehouden dading met Egis, de Franse uitbater van de luchthavens van Antwerpen en Oostende-Brugge. Toen daarover in de commissie vragen kwamen over de opeenvolgende adviezen van de Inspectie van Financiën, hield de minister het parlement voor dat die adviezen elkaar opvolgden omdat haar amendementen de bezwaren hadden weggewerkt en dat de inspectie hierdoor haar advies heeft aangepast.
De adviezen zelf vertellen evenwel een ander verhaal. In het tweede advies bevestigt de Inspectie van Financiën uitdrukkelijk haar eerdere negatieve advies en noteert ze in haar besluit: ‘Er worden geen nieuwe elementen aangebracht, die tot een wijziging van dit standpunt leiden.’ “Van een Inspectie die haar advies wilde aanpassen, is met andere woorden geen sprake”, aldus Lamont.
“De minister heeft in de commissie het beeld opgehangen van een dossier dat gaandeweg werd bijgestuurd tot het in orde was”, gaat het Vlaams Parlementslid verder. “De realiteit toont echter een dossier dat er keer op keer niet doorkwam en dat men dan maar heeft goedgekeurd. Ofwel legt de minister een advies op tafel waarin de Inspectie effectief bijdraait, ofwel geeft ze toe dat ze het parlement verkeerd heeft ingelicht. Een derde mogelijkheid is er niet.”
“Men geeft zekere miljoenen weg in ruil voor onzekere claims”
“De Inspectie van Financiën herhaalt wel consequent dat de dading onevenwichtig is”, merkt Lamont op. “Vlaanderen laat een onbetwiste vordering op de luchthavenexploitatiemaatschappijen vallen, terwijl helemaal niet vaststaat dat Vlaanderen ooit veroordeeld zou worden om de door diezelfde uitbaters geclaimde achterstallige subsidies te betalen. Men geeft zekere miljoenen weg in ruil voor onzekere claims. En dat terwijl er nog steeds geen duidelijke visie is afgeklopt over de toekomst van onze luchthavens.”
Het Vlaams Belang vraagt dat de minister zo snel mogelijk uitleg komt geven in het parlement, en dat alle adviezen en documenten integraal aan de volksvertegenwoordigers worden bezorgd. “De luchthavens zijn er uiteindelijk zelf ook mee gebaat dat er zo groot mogelijke transparantie bestaat over de besteding van publieke middelen”, besluit Lamont. “Zo creëer je draagvlak en toekomstperspectief.”