EU Inc.: Vlaams Belang waarschuwt voor verschuiving van bevoegdheden naar Europees niveau
De Europese Commissie wil met EU Inc. een nieuw Europees vennootschapsstelsel creëren dat naast de nationale rechtsvormen komt te staan. Het voorstel moet grensoverschrijdend ondernemen eenvoudiger maken, maar roept volgens Vlaams Belang-Europarlementslid Gerolf Annemans fundamentele vragen op over de rechtsgrondslag en de bevoegdheden van de lidstaten. “Wij pleiten al lang voor een aanzienlijke en meetbare vermindering van de regeldruk waaraan ondernemingen worden onderworpen. Maar vereenvoudiging mag niet ten koste gaan van de soevereiniteit van de lidstaten”, stelt Annemans.
EU Inc. maakt deel uit van het ruimere zogenaamde 28ste regime. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen omschreef dat project eerder als één Europees kader voor onder meer vennootschapsrecht, insolventie, arbeidsrecht en fiscaliteit. De Commissie diende het concrete voorstel voor EU Inc. op 18 maart 2026 in en koos daarbij artikel 114 VWEU als rechtsgrondslag. Daardoor verloopt het dossier via de gewone wetgevingsprocedure en beslist de Raad met gekwalificeerde meerderheid.
De keuze van de rechtsgrondslag is politiek en juridisch belangrijk. Het Europees Parlement stelde in zijn resolutie van 20 januari 2026 uitdrukkelijk dat het artikel 352, lid 1 VWEU niet als rechtsgrondslag wilde gebruiken omdat dat unanimiteit in de Raad vereist. Het Parlement drong aan op een rechtsgrondslag die besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid mogelijk maakt en wees daarbij op de artikelen 50 en 114 VWEU.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde in zaak C-436/03 over de Europese coöperatieve vennootschap dat de creatie van een nieuwe Europese rechtsvorm naast de bestaande nationale vormen niet zonder meer als harmonisering van nationale wetgeving kan worden beschouwd.
Dit is geen technische discussie”, stelt Annemans. “De gekozen verdragsbasis bepaalt of iedere lidstaat moet instemmen dan wel kan worden overstemd door de zogenaamde gekwalificeerde meerderheid. Wie administratieve vereenvoudiging wil, moet dat doen binnen de grenzen van de Verdragen en niet door de unanimiteitsvereiste van artikel 352 te omzeilen.” Meerdere lidstaten wezen overigens al op het belang van de juiste rechtsgrondslag en van het respecteren van nationale regels inzake arbeidsrechten.
Van EU Inc. naar een ruimer 28ste regime
De Commissie stelt zelf dat EU Inc. deel uitmaakt van een breder 28ste regime en kondigt verdere initiatieven in andere beleidsdomeinen aan. Voor Annemans is daarom vooral de mogelijke verdere ontwikkeling relevant: “Deze Commissie wil de Europese integratie op de spits drijven: nationale verschillen in fiscaliteit, arbeidsrecht of ondernemingsrecht zijn dan obstakels die zo snel mogelijk weg geharmoniseerd moeten worden.
“Europa heeft nood aan gezonde ondernemingen die makkelijker kunnen investeren, groeien en kapitaal aantrekken”, besluit Annemans. “Maar daarvoor is in de eerste plaats een reële en meetbare vermindering van de regeldruk nodig. Het is hoog tijd dat de lidstaten in de Raad deze Commissie de wacht aanzeggen en met hun soevereiniteit ook de belangen van hun bedrijven en burgers verdedigen.”