Persberichten
donderdag, 16 apr 2026

Explosie aan afbetalingsplannen bewijst onhoudbare Brusselse onroerende voorheffing

De onroerende voorheffing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is tussen 2020 en 2025 met 27 procent gestegen. Dat blijkt uit antwoorden van Brussels minister van financiën Dirk De Smedt (Anders.) op schriftelijke vragen van Brussels Parlementslid Bob De Brabandere (Vlaams Belang). Alleen al in 2025 vroegen bijna 26.000 Brusselse belastingplichtigen een betalingsfaciliteit aan. "Wie in vijf jaar tijd een belastingfactuur met meer dan een kwart ziet stijgen, hoeft niet verbaasd te zijn dat alsmaar meer mensen de rekening niet meer in één keer kunnen betalen", zegt De Brabandere. "Dit is het zoveelste bewijs dat de Brusselse vastgoedfiscaliteit volledig ontspoord is."

Uit dezelfde antwoorden blijkt een structurele verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op vastgoed, zowel op gewestelijk als op gemeentelijk niveau. "De Brusselse regering bouwt haar begroting steeds meer op de rug van wie een woning bezit", zegt De Brabandere. "Dat is geen sociaal beleid, maar pure fiscale uitpersing." Dat het vooral eigenaar-bewoners treft, tonen de cijfers. Van de 25.777 belastingplichtigen die in 2025 een betalingsfaciliteit aanvroegen, ontvingen er 21.233 ook de gewestelijke premie BE HOME, die uitsluitend wordt toegekend aan wie zelf gedomicilieerd is in de woning. "De Brusselse regering kan zich niet langer verschuilen achter het verhaal dat vooral investeerders worden getroffen", stelt De Brabandere. "In werkelijkheid zijn het duizenden gewone gezinnen die door de torenhoge belastingdruk in betalingsproblemen komen."

"Geen sociaal beleid, maar pure fiscale uitpersing"

Het aantal toegekende betalingsfaciliteiten steeg van 17.913 in 2020 naar 32.163 in 2025. Tegelijk liep het aantal weigeringen op van 2.377 naar 13.137. "Steeds meer Brusselaars hebben een afbetalingsplan nodig én krijgen steeds vaker nul op het rekest. Dat toont hoe onhoudbaar dit beleid geworden is", aldus De Brabandere. De fiscale ontsporing heeft ook een prijskaartje voor de overheid zelf. Tussen 2020 en 2025 werden bijna 320.000 herinneringsbrieven verstuurd, voor bijna 30.000 onbetaalde dossiers werden gerechtsdeurwaarders ingeschakeld en de behandeling van betalingsfaciliteiten kost het gewest jaarlijks naar schatting 560.000 euro aan personeelskosten. "De Brusselse regering legt de belastingdruk almaar hoger en moet vervolgens steeds meer middelen inzetten om haar facturen nog geïnd te krijgen", zegt De Brabandere. "Dat is niet alleen asociaal, maar ook bestuurlijk inefficiënt."

Dat de oorzaak niet bij de administratie ligt, bewijzen de cijfers. De geïnde nalatigheidsinteresten bedroegen tussen 2020 en 2025 slechts 5,6 miljoen euro op een totale inning van ruim 6,4 miljard euro. "Het probleem zit in de politieke keuze om mensen tot het uiterste te belasten", besluit De Brabandere. "Het Vlaams Belang eist daarom een grondige herziening van de Brusselse onroerende voorheffing. Wonen mag geen melkkoe zijn voor een gewest dat zijn financiën niet onder controle krijgt."