Het zomerdossier van Ilse Malfroot
Het is zomer. Voor heel veel mensen het sein om gedurende enkele weken de teugels te vieren, en te ontsnappen aan de dagelijkse verplichtingen. En om in een stralende zon even te genieten van een welverdiende rust, met partner, gezin, vrienden of familie. Maar hoe deugddoend rustig deze periode ook moge zijn, soms zijn er bezorgdheden die je ook dan niet loslaten. Dossiers die je dermate nauw aan het hart liggen dat je ze misschien zelfs (stiekem) meesmokkelde in je reiskoffer… Wij gingen bij onze parlementsleden op zoek naar hun ‘zomerdossier’. Vandaag Vlaams Parlementslid en schepen te Ninove Ilse Malfroot.
Met het BOA-decreet (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) heeft Vlaanderen een duidelijke keuze gemaakt: de organisatie van de buitenschoolse opvang wordt grotendeels de verantwoordelijkheid van de lokale besturen. Op zich is dat een logisch uitgangspunt. Een stad of gemeente kent haar scholen, verenigingen, kinderen en gezinnen beter dan de Vlaamse overheid en kan dus maatwerk leveren.
Ik heb dus nog werk deze zomer. Want wie vandaag zelf aan de tekentafel zit, merkt hoe groot die opdracht in werkelijkheid is. en als schepen van Onderwijs maak ik dat in Ninove zelf mee. We ervaren er dagelijks hoe complex de uitwerking van het BOA-decreet is. Achter een ogenschijnlijk eenvoudig dossier schuilt een kluwen van regelgeving, historische afspraken en lokale gevoeligheden. Zo moeten we verschillende erkenningskaders met elk hun eigen personeelsnormen op elkaar afstemmen. Voor de voor- en naschoolse opvang geldt een andere personeelsratio dan voor de opvang tijdens woensdagnamiddag en schoolvakanties. Dat heeft niet alleen een impact op de organisatie, maar ook op de kostprijs. Volledige prijsuniformiteit is daardoor eenvoudigweg niet realistisch.
Daarnaast bestaan vandaag verschillende tarieven, verschillende facturatiesystemen en verschillende afspraken tussen de onderwijsnetten. Sommige opvangvormen werken met vooraf reserveren en betalen, andere met facturatie achteraf. Voor ouders is dat weinig overzichtelijk.
Terwijl net eenvoud één van de doelstellingen van BOA zou moeten zijn.
Klopt, en daar stopt het niet. We moeten ook keuzes maken over de inzet van personeel, de organisatie van het busvervoer op woensdagnamiddag, de spreiding van opvanglocaties, de invoering van een uniform sociaal tarief en de manier waarop prijsverschillen tussen organisatoren kunnen worden opgevangen zonder de factuur door te schuiven naar de ouders.
Elke keuze heeft gevolgen. Een prijswijziging raakt gezinnen. Een aanpassing van de personeelsinzet heeft gevolgen voor medewerkers. Een centralisatie van opvang kan de bereikbaarheid voor kinderen verminderen. Wat op Vlaams niveau als een beleidskeuze wordt voorgesteld, vertaalt zich lokaal in tientallen praktische en politieke beslissingen.