Meer dan 15 procent verkooppunten Nationale Loterij verkoopt aan minderjarigen ondanks verbod

Vorig jaar betrapte de Nationale Loterij meer dan 15 procent van haar verkooppunten op het verkopen van gokproducten aan minderjarigen. Dat blijkt uit cijfers die Kamerlid Alexander Van Hoecke (Vlaams Belang) opvroeg. Het Vlaams Belang roept naar aanleiding van de cijfers op om één minimumleeftijd te hanteren voor alle gokproducten, ook die van de Nationale Loterij. “Het onderscheid tussen producten van de Nationale Loterij en andere gokproducten valt al lang niet meer te verantwoorden”, zegt Van Hoecke.
De Nationale Loterij controleert via mystery shopping bij haar eigen verkooppunten of ze het verbod op de verkoop van loterijproducten aan minderjarigen respecteren. Jaarlijks worden zo’n 1.600 verkooppunten op die manier gecontroleerd. In 2024 bleken 15,13 procent van de gecontroleerde punten in overtreding te zijn. In 2023 was dat weliswaar nog 18,95 procent en in 2022 ging het zelfs nog om 21,08 procent.
“Er is op het eerste zicht een daling merkbaar, maar als we de cijfers sinds de Nationale Loterij begon met mystery shoppen bekijken zien we dat ze al jaren tussen de 15 en 20 procent aan overtredingen schommelen”, reageert Van Hoecke.
“De cijfers schommelen al jaren tussen de 15 en 20 procent”
Opvallend: tot aan de coronacrisis schreef de Nationale Loterij ook een boete uit aan verkooppunten die betrapt werden op verkopen aan minderjarigen. Zo werd er in 2019 nog meer dan 51.000 euro aan boetes geïnd. Die financiële sancties werden echter vier jaar lang opgeschort. Dit jaar startte de Nationale Loterij opnieuw met het uitschrijven van boetes. Dat leverde in de eerste helft van dit jaar al meer dan 21.000 euro op.
Het Vlaams Belang grijpt de cijfers aan om nogmaals op te roepen producten van de Nationale Loterij en van private gokbedrijven gelijk te schakelen. Sinds vorig jaar werd de minimumleeftijd voor gokproducten verhoogd naar 21 jaar, maar dat geldt niet voor producten van de Nationale Loterij. “Dat zorgt voor verwarring en onduidelijkheid bij spelers én verkooppunten”, besluit Van Hoecke.