Minister De Ridder weet niet welk beleid De Lijn op het terrein voert
‘Je vraagt NIET (meer) naar een vervoersbewijs.’ Die instructie verstuurde de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn op 1 augustus jongstleden aan haar chauffeurs. Toen Vlaams Parlementslid Sarah T'Joens (Vlaams Belang) dit gegeven op 17 september in de commissie Mobiliteit aankaartte, beweerde bevoegd minister Annick De Ridder (N-VA) dat ze daar geen weet van had, en zelfs meer controles wou. “De instructie circuleerde op dat moment dus al anderhalve maand”, aldus T’Joens. “Het zegt veel dat de minister niet eens weet welk beleid haar eigen maatschappij op het terrein voert.”
Pas nadat de interne nota aan haar kabinet bezorgd werd, greep De Ridder in. Ze gaf De Lijn opdracht de richtlijn in te trekken, en chauffeurs te verduidelijken dat zij te allen tijde naar een vervoersbewijs mogen vragen.
"De communicatie tussen De Lijn en het kabinet loopt fundamenteel mank”
“De Lijn verdedigde de opmerkelijke richtlijn aanvankelijk met het argument van stiptheid. Door de verkeersdrukte staan rittenschema's en rusttijden van chauffeurs onder druk, en discussies kosten tijd”, merkt T’Joens op. “Maar een interne nota met een verbod om vervoersbewijzen te vragen, zet de deur open voor fraude. En dat kan ook de bedoeling niet zijn. Zwartrijden wordt nu in de hand gewerkt omdat men de veiligheid van de chauffeurs niet meer kan garanderen.”
"Als een minister niet weet welk beleid haar eigen maatschappij op het terrein voert, waar zijn wij dan mee bezig?", besluit T'Joens. "De communicatie tussen De Lijn en het kabinet loopt fundamenteel mank. Welke regel je ook invoert: communiceer ze helder en zorg dat ze op alle niveaus wordt gedragen."