N-VA maakt bocht van 180 graden over Orde van architecten
Terwijl N-VA in de vorige legislatuur nog pleitte voor de afschaffing van de nationale Orde van architecten en de oprichting van een Vlaamse en een Frans-Duitstalige Orde, schaart de partij zich nu achter het behoud van de nationale structuur. Voor het Vlaams Belang is dat onbegrijpelijk. “De problemen binnen de Orde van architecten zijn niet toevallig, maar structureel”, zegt Kamerlid Reccino Van Lommel (Vlaams Belang). “Alleen een splitsing kan zorgen voor een correcte vertegenwoordiging van onze architecten.”
De Orde van architecten kwam de voorbije jaren herhaaldelijk in opspraak door conflicten, interne machtsstrijd en moties van wantrouwen. Honderden architecten weigerden lidgeld te betalen omdat zij zich onvoldoende vertegenwoordigd voelden. Bovendien werd een overleden Nederlandstalig lid van de Nationale Raad niet vervangen, waardoor de Franstalige vertegenwoordiging een meerderheid kreeg. “Dat zoiets kan gebeuren binnen een zogenaamde nationale beroepsorganisatie, bewijst net hoe scheef de verhoudingen zitten”, aldus Van Lommel. “Toch kiest de regering-De Wever ervoor om de federale koepel overeind te houden en de fundamentele bestuursproblemen ongemoeid te laten.”
“Wie de Vlaamse architecten ernstig neemt, kiest voor een Vlaamse Orde”
Volgens het Vlaams Belang verschillen de prioriteiten van Vlaamse en Franstalige architecten te sterk om ze nog langer in één nationale structuur te dwingen. Vlaamse architecten leggen de nadruk op efficiëntie, deontologie, transparantie en dienstverlening aan de leden, terwijl aan Franstalige kant meer belang wordt gehecht aan het imago van het beroep, culturele evenementen en colloquia. “Die argumenten werden vorige legislatuur nog door N-VA zelf onderschreven”, zegt het Kamerlid “Vandaag blijken ze plots niet meer te tellen, omdat N-VA mee aan de knoppen zit. Principes worden blijkbaar overboord gegooid zodra regeringsdeelname in beeld komt.”
De hervorming die nu wordt voorgelegd, kiest volgens het Vlaams Belang niet voor responsabilisering, maar voor bijkomende controle, toezicht en procedures binnen dezelfde federale organisatie. Ze biedt geen enkele garantie dat communautaire onevenwichten in de toekomst worden vermeden, omdat de Vlaamse vertegenwoordiging afhankelijk blijft van de nationale werking. “Wie de Vlaamse architecten ernstig neemt, kiest voor een Vlaamse Orde en een Frans-Duitstalige Orde, met georganiseerd overleg waar dat nodig is”, besluit Van Lommel. “Alleen zo krijgen onze architecten de transparante, efficiënte en correcte vertegenwoordiging waar zij recht op hebben.”