Pensioenhervorming regering-De Wever treft vrouwen en laat grote vragen open
De federale regering-De Wever met Pensioenminister Jan Jambon (N-VA) op kop stelt de pensioenhervorming voor als een noodzakelijke ingreep om de stijgende kosten van de vergrijzing onder controle te houden. Volgens het Vlaams Belang getuigt het wetsontwerp echter van een opvallend gebrek aan voorbereiding en samenhang. “Na ruim zes dagen wachten op de finale teksten blijkt duidelijk dat we een pensioenhervorming bespreken die nog steeds niet finaal is, die nog altijd doordrongen is van inconsistenties en losse eindjes”, reageert Kamerlid Ellen Samyn (Vlaams Belang). “Dit durven voorstellen als een afgewerkt geheel getuigt van een totaal gebrek aan respect voor de bevolking en een misprijzen van vrouwen.”
Een van de meest opvallende gevolgen van de hervorming is de zware impact op vrouwen. Door de invoering van de pensioenmalus dreigen vooral vrouwen getroffen te worden, omdat zij vaker deeltijds werken om zorgtaken voor kinderen, gezin en ouderen op te nemen. “Minister Jambon spreekt hier kortweg over een ‘gedragswijziging’”, stelt Samyn. “Met andere woorden wil de regering dat vrouwen minder tijd met hun kinderen doorbrengen en meer gaan werken, zodat ze meer geld aan opvang kunnen uitgeven. Alsof vrouwen deeltijds werken uit luxe-overwegingen: totaal wereldvreemd.” Voor vrouwen rond de veertig die al jarenlang arbeid combineren met onbetaalde zorgtaken, komen de nieuwe regels bovendien te laat. Zij kunnen de jaren waarin zij niet aan 156 gewerkte dagen komen nooit meer inhalen. “Hoe moet een vrouw die aan de vooravond van haar pensioen staat nu nog haar verleden ‘corrigeren’?” vraagt het Kamerlid zich verder af. Bovendien blijft ook de voorwaarde van 7.020 gewerkte dagen over de volledige loopbaan een belangrijke drempel voor wie langdurig deeltijds werkte.
“Deze regering drukt haar wil door zonder stil te staan bij de gevolgen”
Daarnaast blijven tal van praktische vragen onbeantwoord. Zo is het onduidelijk hoe weekendwerk zal worden behandeld binnen het systeem van gewerkte dagen. Werknemers die bijvoorbeeld op zaterdag en zondag telkens twaalf uur werken, weten niet of dit zal worden beschouwd als een volledige werkweek. Ook rijzen vragen over de vergelijking tussen verschillende arbeidspatronen: zal iemand die drie dagen voltijds werkt per week benadeeld worden tegenover iemand die vijf dagen telkens enkele uren werkt? Voor werknemers die halftijds in ploegen werken, dreigt bovendien het probleem dat zij door onregelmatige uurroosters vaker enkele dagen per jaar tekortkomen om aan de grens van 156 dagen te raken. De regering belooft hiervoor nog oplossingen uit te werken. “Maar de vraag blijft waarom we opnieuw over een wetsontwerp moeten stemmen dat nog niet volledig is”, aldus Samyn. “In plaats van even gas terug te nemen en het geheel grondig te herbekijken met de nodige impactanalyses, drukt deze regering krampachtig haar wil door zonder stil te staan bij de gevolgen.” Ook de mogelijkheid om op 60 jaar met pensioen te gaan blijkt in de praktijk bijzonder beperkt, aangezien daarvoor 42 jaar met telkens 234 gewerkte dagen moet worden aangetoond.
Tot slot wil minister Jambon ook het minimumpensioen voor personen met een gemengde loopbaan hervormen. Dat probleem werd nochtans al herhaaldelijk aangekaart door de Ombudsman Pensioenen: wie tijdens zijn loopbaan enkele jaren als vastbenoemd ambtenaar werkte, zag die jaren vaak niet meetellen voor het minimumpensioen. Het Vlaams Belang vreest echter dat ook deze hervorming opnieuw op de lange baan zal worden geschoven door de vele onduidelijkheden in het huidige wetsontwerp. “De regering begint aan een nieuwe werf nog voordat de vorige volledig in orde is”, besluit Samyn. “Er wordt veel stof gemaakt, maar er komt geen afgewerkt resultaat.”