Nieuws
donderdag, 08 okt 2026

Vlaams Belang eist doorlichting Vlaamse subsidiecarrousel 

De Vlaamse regering blijft grote sommen belastinggeld pompen in een uitgebreid netwerk van gesubsidieerde organisaties. De vzw De Aanstokerij, die educatieve spellen, vormingen en workshops ontwikkelt rond thema’s als diversiteit, inclusie, mensenrechten en gender, is daar volgens Vlaams Parlementslid Freija Van den Driessche (Vlaams Belang) een treffend voorbeeld van. De organisatie ontvangt niet alleen aanzienlijke rechtstreekse werkingssubsidies, maar voert daarnaast tegen betaling opdrachten uit voor overheden en organisaties die zelf met belastinggeld worden gefinancierd. “Terwijl de Vlaamse regering voortdurend spreekt over besparingen en efficiëntie, blijft het bestaande subsidiebeleid gewoon voortbestaan”, stelt Van den Driessche. “Belastinggeld blijft langs verschillende kanalen naar dezelfde organisaties vloeien, zonder dat voldoende duidelijk is wat de belastingbetaler daarvoor terugkrijgt. Dit dossier toont aan waarom een grondige doorlichting door het Rekenhof dringend nodig is.”

Uit de jaarrekening van De Aanstokerij blijkt dat de vzw in 2025 een omzet van 634.758 euro uit eigen activiteiten realiseerde. Daarbovenop ontving de organisatie 657.000 euro aan rechtstreekse Vlaamse werkingssubsidies op grond van het Jeugddecreet, meer dan haar volledige omzet. Maar die subsidie vormt slechts één van de publieke geldstromen richting de organisatie. Zo ontwikkelt De Aanstokerij voor het Vlaams Mensenrechteninstituut, dat zelf jaarlijks een Vlaamse dotatie van ongeveer 5 miljoen euro ontvangt, een educatief mensenrechtenspel voor 24.500 euro. Daarvan worden amper vijf exemplaren geproduceerd. Scholen die het spel willen gebruiken, moeten bovendien 220 euro per begeleide sessie betalen. 

Ook via andere gesubsidieerde organisaties blijft het geld stromen. Zo ontvangt de socialistische vrouwenorganisatie ZIJkant vzw 199.984 euro aan Vlaamse projectsubsidies voor City Confessions 2.0, bovenop bijna 320.000 euro aan jaarlijkse werkingssubsidies. Van dat projectbudget gaat 25.000 euro naar De Aanstokerij voor de grafische vormgeving en materiële uitwerking van het vernieuwde spel. Van de eerste versie, die in mei 2024 werd gelanceerd, werden slechts 67 exemplaren verkocht. Toch wordt opnieuw bijna 200.000 euro aan belastinggeld uitgetrokken voor een tweede versie, waarvan men ongeveer 40 exemplaren wil verkopen. “Dit illustreert hoe het subsidieapparaat zichzelf in stand houdt”, zegt Van den Driessche. “Organisaties krijgen structurele subsidies en ontvangen vervolgens bijkomende middelen via projecten en opdrachten van andere gesubsidieerde instellingen. De vraag of die uitgaven werkelijk noodzakelijk en doelmatig zijn, verdwijnt daarbij naar de achtergrond.”

“Er is een ondoorzichtig systeem gegroeid waarin gesubsidieerde organisaties elkaar betaalde opdrachten bezorgen”

Ook lokale besturen schakelen De Aanstokerij in voor gesubsidieerde projecten en betaalde opdrachten. Zo kende de stad Leuven de organisatie de voorbije jaren verschillende opdrachten toe voor educatieve spellen en projecten rond diversiteit en antidiscriminatie. Dat blijkt uit informatie die werd opgevraagd door Kamerlid en Leuvens gemeenteraadslid Britt Huybrechts (Vlaams Belang). Leuven trok daarvoor bijna 20.000 euro uit en overweegt nu een bijkomende subsidie van bijna 10.000 euro voor een nieuw project. Ook de provincie Vlaams-Brabant werkte met De Aanstokerij samen aan ‘Missie 2030’, een educatief teamspel rond de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Volgens Van den Driessche toont dit aan dat het probleem veel verder reikt dan één organisatie of één bestuursniveau. “Doorheen de jaren is een ondoorzichtig systeem gegroeid waarin gesubsidieerde organisaties elkaar betaalde opdrachten bezorgen, gefinancierd met belastinggeld. Bovendien dreigen zij door hun structurele overheidsfinanciering private ondernemingen oneerlijk te beconcurreren”, stelt het parlementslid. “Ondanks alle beloften om het subsidiebeleid kritisch te herbekijken, blijven dezelfde geldstromen bestaan en komen er telkens nieuwe projecten en financieringskanalen bij.”

Van den Driessche pleit daarom voor een grondige doorlichting van het volledige Vlaamse subsidiebeleid door een onafhankelijke instantie als het Rekenhof. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar rechtstreekse subsidies, maar ook naar de manier waarop belastinggeld via overheidsopdrachten en onderlinge betalingen tussen gesubsidieerde organisaties circuleert. “Uiteraard is niet elke subsidie slecht of overbodig. Maar de Vlaamse overheid moet eindelijk duidelijke keuzes maken en haar middelen in de eerste plaats inzetten voor kerntaken zoals onderwijs en welzijn”, besluit Van den Driessche. “Zolang niemand het volledige plaatje onderzoekt en elke subsidie kritisch toetst op noodzaak, doeltreffendheid en doelmatigheid, blijft dit systeem gewoon voortbestaan. Het is hoog tijd dat het Rekenhof daar klaarheid in schept.”