Vlaams Belang pleit voor zichtbare en assertieve Vlaamse Gemeenschap in Brussel
De meerderheid in het Vlaams Parlement diende een voorstel van resolutie in om de werking van de verschillende Brusselse instellingen die steun krijgen van de Vlaamse Gemeenschap beter op elkaar af te stemmen via een zogenaamde ketenbenadering. Het Vlaams Belang erkent dat daarin analyses staan waarvoor de partij al jarenlang pleit, zoals een grotere zichtbaarheid van de Vlaamse Gemeenschap, meer samenwerking tussen Vlaamse spelers en een coherenter beleid in Brussel. Volgens Vlaams Parlementslid Dominiek Lootens-Stael blijft het voorstel echter te veel steken in goede bedoelingen. "Na jarenlang onze analyses weg te zetten, stelt de meerderheid vandaag zelf vast dat Vlaanderen zich in Brussel veel sterker en coherenter moet profileren", zegt Lootens-Stael. "Dat is een stap vooruit, maar mooie woorden volstaan niet. Het is tijd voor consequent beleid."
De Vlaamse instellingen in Brussel hebben de opdracht om, volgens de zogenaamde Brusselnorm, dertig procent van de Brusselse bevolking te bereiken. Die norm moet de aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap in de hoofdstad verzekeren, maar volgens het Vlaams Belang wordt ze vandaag onvoldoende gebruikt om het Vlaamse beleid ook zichtbaar en herkenbaar uit te dragen. "De Vlaamse Gemeenschap investeert fors in Brussel, maar te vaak blijft onduidelijk dat het om Vlaams beleid gaat", stelt Lootens-Stael. "Wie middelen krijgt van Vlaanderen, moet zich ook duidelijk als Vlaamse of Nederlandstalige instelling profileren." De voorgestelde ketenbenadering, waarbij instellingen beter naar elkaar doorverwijzen en nauwer samenwerken, kan volgens hem alleen slagen als Vlaanderen opnieuw zelf de regie neemt.
"Vlaanderen moet zich ondubbelzinnig afficheren als dé Vlaamse overheid in onze hoofdstad”
Lootens-Stael wijst erop dat de Vlaamse Gemeenschap nog te vaak organisaties ondersteunt die zich nauwelijks als Vlaamse of Nederlandstalige partners kenbaar maken. Ook het ToTaalplan Nederlands moet volgens hem consequenter worden toegepast, niet alleen tegenover de Brusselaar, maar ook binnen de eigen Vlaamse instellingen en bij gesubsidieerde organisaties. Daarnaast vraagt het Vlaams Belang een veel duidelijkere aanwezigheid van Vlaanderen in het Brusselse straatbeeld en in alle communicatie van de Vlaamse overheid. "Brusselaars moeten kunnen zien waar Vlaanderen het verschil maakt", aldus Lootens-Stael. "Dat vergt meer dan administratieve samenwerking. Dat vergt politieke wil en Vlaamse zelfbewustheid."
Volgens het Vlaams Belang mag de Vlaamse Gemeenschapscommissie, die in het tweetalige hoofdstedelijke gebied een belangrijke lokale rol vervult omdat de gemeenten vaak in gebreke blijven, geen substituut worden voor de Vlaamse Gemeenschap zelf. Samenwerking is noodzakelijk, maar Vlaanderen moet het voortouw blijven nemen en zijn beleid niet uit handen geven. Bovendien mag de Vlaamse regering de structurele problemen op federaal niveau, zoals de aanhoudende schendingen van de taalwetgeving in Brussel, niet uit het oog verliezen. "Een ketenbenadering heeft alleen zin als ze vertrekt vanuit een sterke Vlaamse Gemeenschap die zich niet langer verschuilt achter het etiket ‘Nederlandstalig Brussel’", besluit Lootens-Stael. "Vlaanderen moet zich ondubbelzinnig afficheren als dé Vlaamse overheid in onze hoofdstad. Alleen zo kunnen we de positie van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel duurzaam versterken."