Vlaams onderwijs betaalt de prijs van twintig jaar wanbeleid
De nieuwe PISA-resultaten tonen dat ons Vlaams onderwijsniveau nog altijd in vrije val is. Bijna 1 op de 3 van onze 15-jarigen haalt het basisniveau voor lezen niet. Het Vlaams Belang reageert misnoegd maar is niet verrast. "Dit is de bittere oogst van twintig jaar slecht onderwijsbeleid, waarvoor het Vlaams Belang steeds heeft gewaarschuwd", reageert Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang). "Demir neemt inmiddels enkele juiste uitgangspunten over, maar zet die nog onvoldoende om in een samenhangend en doortastend beleid.”
Vlaamse leerlingen zakken alsmaar dieper weg voor lezen en wiskunde, zo blijkt uit de vandaag gepubliceerde PISA 2025-resultaten. De PISA-onderzoeken zijn internationale vergelijkende studies van de OESO, waarin het onderwijsniveau van 15-jarigen om de drie jaar wordt gemeten. Circa 30 procent van de Vlaamse jongeren haalt het basisniveau voor leesvaardigheid niet meer, voor wiskunde is dat meer dan 1 op 4. Voor lezen zakken we in internationaal opzicht steeds verder weg en zitten we vlakbij de Franstaligen in de middenmoot, onder landen als Tsjechië en Turkije. En waar Vlaanderen voor wiskunde ooit drie keer zoveel toppresteerders telde als laagpresteerders, is die verhouding vandaag volledig omgekeerd. De conclusie is even ontnuchterend als voorspelbaar: de neergang zet zich onverminderd door.
De oorzaken zijn genoegzaam bekend. Een aanhoudende toestroom van anderstalige leerlingen als gevolg van het falend migratiebeleid drukt het niveau structureel omlaag. “Ook bij deze PISA-afname zien we dat leerlingen met het Turks en Arabisch als thuistaal op een niet-taalvak als wetenschappen resp. 78 en 93 PISA-punten minder scoren dan Nederlandstaligen. Dat is het equivalent van twee à drie schooljaren leerachterstand!”. Daarnaast heeft de postmoderne onderwijsideologie die inzette op welbevinden en constructivistisch leren in plaats van op kennisoverdracht en vanaf eind de jaren ’90 tot enkele jaren volop werd gedoceerd in onze lerarenopleidingen, het fundament uitgehold. Tegelijk vreet ook het lerarentekort aan de kwaliteit van elk klaslokaal in Vlaanderen. "Dit zijn geen nieuwe problemen", benadrukt Beckers. "Dit zijn trends die al twintig jaar bezig zijn en die jaar na jaar in elk onderwijsonderzoek worden bevestigd. Iedereen met gezond verstand zag dit aankomen. Enkel de beleidsmakers niet. De alarmlichten stonden onder Pascal Smet en Hilde Crevits op oranje, en ze maakten beleid alsof ze nog op groen stonden. Onder Weyts stonden ze op rood en hij maakte beleid alsof ze nog op oranje stonden. En nu wil Demir dat op enkele jaren rechttrekken met maatregelen die zowel in voorbereiding als in uitvoering veel lacunes vertonen."
“Op cruciale punten blijft het te weinig en te ondoordacht"
Minister Demir neemt met haar nieuwe maatregelen volgens Beckers stappen in de goede richting, maar deze volstaan niet voor de noodzakelijke kentering. “De nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs zijn ambitieus, maar tegelijk schrapt Demir de pedagogische studiedagen - net de momenten waarop leraren die doelen kunnen vertalen naar de klaspraktijk – en bindt ze de tijd voor klassenraden in. Haar plan Ieder Kind Taalheld bevat nuttige elementen, zoals de taalheldklassen, die eigenlijk neerkomen op een light versie van onze Conscience-klassen. Maar de toeleiding naar die taalheldklassen blijft te vrijblijvend en het budget geldt enkel voor leerlingen die maximaal één à twee jaar in Vlaanderen zijn, terwijl er veel meer leerlingen rondlopen met een onvoldoende kennis van het Nederlands”, vervolgt het Vlaams Parlementslid. “Ook is de KOALA-taalscreening nog steeds te veel louter een screening en geen bindend instrument dat verhindert dat leerlingen met ernstige tekorten naar het lager onderwijs stromen. En vooralsnog is het nog altijd wachten op een omvattend lerarenloopbaanpact. De minister vond inspiratie in voorstellen van Vlaams Belang, dat zien we in de beleidsvoornemens, maar op cruciale punten blijft het te weinig en te ondoordacht."
Dat het draagvlak ten aanzien van minister Demir ook in het veld zelf ontbreekt, bleek afgelopen week nog uit een bevraging bij 2.000 leraren: Demir krijgt amper 2,9 op 10; 71,7% geeft haar een onvoldoende. Die ontevredenheid gaat vooral ook over de manier waarop de nieuwe maatregelen worden doorgevoerd. Beslissingen worden van bovenaf opgelegd, zonder voorafgaand overleg met het veld. "Leraren voelen zich gereduceerd tot uitvoerders, directies ervaren wantrouwen en micromanagement", besluit Beckers. "Zelfs legitieme hervormingen mislukken wanneer je geen respect toont voor de expertise op de klasvloer. Onderwijs verbeteren vraagt meer dan daadkracht alleen. Het vraagt vertrouwen, dialoog en kennis van het veld. Wie dat blijft negeren, ondergraaft zijn eigen beleid.”