Nieuws
dinsdag, 30 jun 2026

Aanvragen Mijn Verbouwpremie dalen drastisch bij verhuurders aan woonmaatschappijen

Verhuurders die hun woning voor minimaal negen jaar verhuren aan een sociale woonmaatschappij, komen in aanmerking voor de hoogste premiebedragen van Mijn Verbouwpremie. Het aantal sociale verhuurders dat dergelijke premie aanvroeg, nam echter een diepe duik in 2025 ten opzichte van de voorgaande jaren. Dit blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Wonen en Energie Hans Bonte (Vooruit) op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Michiel Awouters (Vlaams Belang). “Uit het jaarverslag van de Ombudsdienst bleek al dat er veel onduidelijkheid heerst over de herhaaldelijk gewijzigde voorwaarden voor een Mijn VerbouwPremie”, aldus Awouters. “De verhuurders zien door de bomen het bos niet meer.”

Uit de cijfers blijkt dat het aantal aanvragen voor de Mijn Verbouwpremie bij verhuurders aan woonmaatschappijen in 2025 drastisch daalde naar 453. In 2023 lagen deze ongeveer dubbel zo hoog (843) en in 2024 zelfs bijna drie keer hoger (1.171). “Deze forse daling was helaas te verwachten”, gaat Awouters verder. “Uit het jaarverslag van de Vlaamse Ombudsdienst bleek reeds dat er heel wat klachten waren over de Mijn Verbouwpremie. Deze gingen vooral over de onduidelijkheid rond de gewijzigde spelregels. Die zijn op één jaar tijd maar liefst drie keer veranderd.”

“Het voortdurend wijzigen van de spelregels zorgt voor veel onduidelijkheid bij potentiële sociale verhuurders”

Volgens Awouters komt die daling op een bijzonder slecht moment. “Vandaag staan 215.337 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning”, aldus het Vlaams Parlementslid. “Tegelijkertijd daalde ook het aantal ingehuurde woningen -dat zijn sociale woningen die beschikbaar gesteld worden door pivate verhuurders aan een woonmaatschappij- opnieuw. Een van de belangrijkste redenen waarom zulke woningen uit het systeem verdwijnen, is de woningkwaliteit. De Mijn VerbouwPremie kan private eigenaars net helpen om hun woning opnieuw in aanmerking te laten komen voor inhuur door een woonmaatschappij. Als die premie door onduidelijke communicatie en verwarring minder wordt aangevraagd, wordt het nog moeilijker om extra woningen in dat systeem te krijgen.”

Awouters roept de Vlaamse regering dan ook op om dringend werk te maken van een stabieler en duidelijker kader voor verhuurders die aan een woonmaatschappij verhuren. “Wie wil dat private eigenaars hun woning sociaal ter beschikking stellen, moet stoppen met voortdurend aan de spelregels te sleutelen”, besluit hij. “Er is nood aan een consistenter beleid en aan veel duidelijkere communicatie over het gunstregime voor sociale verhuurders. Dat is noodzakelijk om meer eigenaars te overtuigen om in dit systeem te stappen.”