Nieuws
donderdag, 15 okt 2026

Vlaamse regering schuift 51 miljard voor infrastructuur naar volgende generaties

De toekomstige factuur voor infrastructuurprojecten via publiek-private samenwerking (pps) dreigt tegen 2066 op te lopen tot maar liefst 51 miljard euro. Vlaams Parlementslid Frédéric Erens (Vlaams Belang) trok hierover aan de alarmbel tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement en confronteerde de Vlaamse regering met haar eerdere beloftes. “Deze regering wil in 2029 pronken met een begrotingsevenwicht, terwijl ze tientallen miljarden euro's aan financiële verplichtingen doorschuift naar toekomstige regeringen”, aldus Erens. “Wat vandaag niet op de begroting drukt, verdwijnt daarom niet van de factuur. Uiteindelijk betalen onze kinderen en kleinkinderen de rekening.”

Tijdens de begrotingsbesprekingen in december 2024 verklaarde De Ridder nog uitdrukkelijk dat er geen alternatieve financieringsmodellen zouden worden gebruikt voor investeringsprojecten binnen het geïntegreerd investeringsprogramma (GIP). Nog geen twee jaar later zet de Vlaamse Regering volop in op pps-constructies, waarbij private spelers projecten voorfinancieren en Vlaanderen vervolgens gedurende tientallen jaren beschikbaarheidsvergoedingen betaalt. Volgens recente berichtgeving kunnen die vergoedingen voor bepaalde projecten oplopen tot viermaal de oorspronkelijke bouwkosten. “Niemand betwist dat Vlaanderen dringend moet investeren in zijn verouderde infrastructuur, maar er is een fundamenteel verschil tussen verstandig investeren en vandaag projecten aankondigen waarvan de rekening nog decennialang blijft doorlopen”, benadrukte Erens. “Wat is een begrotingsevenwicht waard als daarachter tientallen miljarden euro's aan toekomstige verplichtingen schuilgaan?”

“Leg de volledige rekening op tafel in plaats van de facturen naar onze kinderen en kleinkinderen door te schuiven”

Ook het Rekenhof waarschuwde eerder al dat de financiële verplichtingen voor grote infrastructuurprojecten de toekomstige investeringsruimte zwaar onder druk dreigen te zetten. Tegen 2035 zouden die vergoedingen oplopen tot 1,6 miljard euro, volgens het Arcadis-rapport. “Dat zijn middelen waarmee toekomstige regeringen geen nieuwe wegen, bruggen of tunnels meer kunnen bouwen”, stelde Erens. Hij eiste daarom een volledig overzicht van alle contractueel vastgelegde betalingsverplichtingen, met een betalingskalender per project tot het einde van de contracten. “Zonder dat overzicht kan niemand ernstig beoordelen hoeveel investeringsruimte Vlaanderen nog overhoudt.”

Tot slot hekelde Erens het gebrek aan transparantie over de financiële gevolgen van het infrastructuurbeleid. Naast de mogelijke 51 miljard euro aan toekomstige pps-betalingen verwees hij naar de miljardenfactuur voor de Oosterweelverbinding, waarvan de bouwkosten en geraamde rentelasten samen al bijna 35 miljard euro bedragen. “Minister Annick De Ridder (N-VA) noemt zichzelf graag de minister van transparantie en goed bestuur, maar keer op keer legt het Rekenhof beleidsmatige onzorgvuldigheden bloot. Opnieuw moet het Vlaams Belang als klokkenluider optreden”, aldus Erens. Hij benadrukte dat niet alleen de minister, maar ook de voltallige meerderheid van N-VA, cd&v en Vooruit verantwoordelijk is voor deze financiële keuzes. “Deze regering wil in 2029 pronken met een begrotingsevenwicht, terwijl ze de investeringsruimte van toekomstige generaties hypothekeert. Dat is verre van goed bestuur. Leg de volledige rekening op tafel in plaats van de facturen naar onze kinderen en kleinkinderen door te schuiven.”