Arbeidsmarktparticipatie van leefloonstudenten is zeer pover
Het Vlaams Belang luidt de alarmbel over de beperkte arbeidsmarktparticipatie van leefloonstudenten. “Dat vandaag slechts 46,5 procent van de hoogopgeleide leefloonstudenten duurzaam actief is vijf jaar na de beëindiging van het leefloon, is zonder meer onaanvaardbaar”, zegt Vlaams Belang-Kamerlid Ellen Samyn, die de kwestie aankaartte bij de minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA).
Het aantal studenten dat een beroep doet op een leefloon is de voorbije jaren explosief toegenomen. Recente cijfers tonen aan dat in Vlaanderen 10.064 studenten een leefloon ontvangen, tegenover 18.421 in Wallonië en 14.246 in Brussel. Volgens de minister hangt de stijgende trend samen met de toenemende kosten van levensonderhoud, de stijgende huurprijzen en de langere studieduur. “Toch valt de snellere toename van het aantal studenten met een leefloon op, vergeleken met het totale aantal leefloonbegunstigden”, aldus Samyn. “Ook zijn misbruiken mogelijk, waarbij het statuut van tijdelijk ontheemde gebruikt zou worden om in België te studeren, in plaats van via een regulier studentenvisum. Personen met dit statuut hebben immers recht op een leefloon.”
81,5 procent van de studenten met een leefloon bezit de Belgische nationaliteit, 6,7 procent is afkomstig uit de Europese Unie en 11,8 procent uit derde landen. Van degenen die tijdens hun leefloonperiode studeerden, is vijf jaar na het beëindigen van het leefloon 46,5 procent duurzaam aan het werk. Van degenen die niet studeerden is dat 36,2 procent. “Van Bossuyt stelt dit ten onrechte voor als een succesverhaal”, gaat Samyn verder. “Dit is geen overwinning, maar een alarmsignaal. Dit systeem wordt volledig gefinancierd door publieke middelen, dan zouden er toch betere resultaten verwacht kunnen worden.”
“Steun moet leiden tot return-on-investment voor de samenleving”
“Sociale bijstand moet in de eerste plaats gericht zijn op onze mensen”, stelt het Kamerlid. “Studenten in armoede ondersteunen is noodzakelijk, maar dit moet leiden tot een duidelijke return-on-investment voor de samenleving. Wie de kans krijgt om te studeren met steun van de overheid, moet nadien ook effectief bijdragen aan de maatschappij en op de arbeidsmarkt.”
Vandaag is slechts 46,5 procent van de hoogopgeleide leefloonstudenten duurzaam actief is vijf jaar na de beëindiging van het leefloon. “Deze regering meet de impact van haar beleid onvoldoende en neemt te snel genoegen met middelmatige resultaten”, besluit Samyn. “Door deze cijfers als positief voor te stellen, ontwijkt ze een doelgerichte aanpak van dieper liggende problemen. Zo dreigt het leefloon voor te veel studenten een eindstation te blijven, en dat kunnen we niet accepteren.”