Demir herschrijft aanbesteding om haar favoriet te bedienen
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) heeft een openbare aanbesteding ingetrokken om nadien via een nieuwe constructie alsnog 8,2 miljoen euro toe te kennen aan één specifieke speler. Dat blijkt niet alleen uit mediaberichtgeving, maar wordt nu ook bevestigd door de Inspectie van Financiën, die het dossier omschrijft als “geen teken van goed beleid”. “Wat hier gebeurt, is bijzonder problematisch,” zegt Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang). “Eerst wordt een aanbesteding uitgeschreven op maat van één speler. Wanneer die speler niet intekent, wordt de aanbesteding stopgezet. En vervolgens wordt er een nieuwe weg gezocht om diezelfde favoriet toch te bevoordelen. Dat is geen toeval meer, dat is een bestuursstijl.”
Beckers hekelt dat de minister de regels herschrijft wanneer het resultaat haar niet bevalt. Volgens het Vlaams Parlementslid ondergraaft deze werkwijze het vertrouwen in het onderwijsbeleid: “Wie wél correct intekende, voelt zich terecht gepasseerd. Dit voedt het wantrouwen op het terrein en zal de kwaliteit niet vooruithelpen. Goed onderwijsbeleid vraagt transparantie en draagvlak, geen achterkamerpolitiek.”
“Dit is geen goed bestuur, dit is vriendjespolitiek”
Extra verontrustend is dat de beslissingen werden genomen op de laatste ministerraad vóór de kerstvakantie, terwijl alle documenten rond deze aanbestedingen in Kaleidos, de databank van de regeringsbeslissingen, als ‘vertrouwelijk’ zijn geclassificeerd. “Als parlementslid kan ik die documenten niet inkijken,” stelt Beckers. “Dat betekent dat ik via de pers moet vernemen dat er nog een bijkomende aanbesteding en subsidietoekenning is gebeurd. Zo wordt elke vorm van ernstige parlementaire controle onmogelijk gemaakt. Dat is democratisch onaanvaardbaar.”
Het Vlaams Belang roept de minister op om alle relevante documenten onmiddellijk vrij te geven aan het parlement. “Wie niets te verbergen heeft, hoeft het parlement ook niets te ontzeggen”, besluit Beckers. “Transparantie is geen gunst, het is een plicht. Ik zal morgen de minister hierover interpelleren in de Commissie Onderwijs.”