Vlaamse regering weigert belangenconflict tegen federale artsenquota
Vlaams Parlementslid Freija Van den Driessche (Vlaams Belang) reageert misnoegd op de weigering van minister-president Matthias Diependaele (N-VA) om een belangenconflict in te roepen tegen het koninklijk besluit over de federale artsenquota. De federale regering besliste eerder om voor 2032 en 2033 opnieuw af te wijken van de 60/40-verhouding tussen Vlaanderen en Franstalig België. Eerder had Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) in het Vlaams Parlement nochtans gezegd dat een afwijking van de 60/40-verhouding voor Vlaanderen “niet aanvaardbaar” is. “Vlaanderen wordt opnieuw benadeeld, maar de Vlaamse regering weigert dat aan te vechten”, zegt Van den Driessche. “Dat is bijzonder zwak.”
Van den Driessche deed in het Vlaams Parlement de suggestie aan Diependaele om een belangenconflict in te dienen tegen het federale koninklijk besluit over de artsenquota. De minister-president antwoordde echter afwijzend en zei dat een belangenconflict de indruk zou kunnen wekken dat Vlaanderen zich afhankelijk blijft maken van het federale niveau. Van den Driessche noemt die uitleg onbegrijpelijk. “Vlaanderen is vandaag net afhankelijk van het federale niveau, omdat de RIZIV-nummers en dus de uiteindelijke toegang tot het beroep nog altijd federaal worden bepaald”, zegt ze. “Doen alsof een belangenconflict die afhankelijkheid zou vergroten, is een drogreden. In werkelijkheid weigert men de federale regering voor het hoofd te stoten.”
“De artsenplanning en gezondheidszorg moeten volledig in Vlaamse handen komen”
Eerder had Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) in het Vlaams Parlement nog verklaard dat een afwijking van de 60/40-verhouding voor Vlaanderen “niet aanvaardbaar” is. Nauwelijks enkele uren later keurde de federale regering quota goed waarbij Vlaanderen slechts 56,7 procent krijgt tegenover 43,3 procent voor de Franse Gemeenschap. “Wie jarenlang de regels respecteerde, wordt afgestraft, terwijl Franstalig België beloond wordt voor decennialang wanbeleid”, zegt Van den Driessche. “Vlaanderen organiseert een streng toelatingsexamen en leidt artsen op, maar federaal beslist men hoeveel Vlaamse studenten uiteindelijk een RIZIV-nummer kunnen krijgen.”
Voor het Vlaams Belang toont dit dossier opnieuw aan dat halfslachtige verklaringen niet volstaan. “De Vlaamse regering zegt dat ze haar eigen koers zal varen, maar ondertussen laat ze extra Vlaamse studenten studeren zonder garantie dat zij later effectief als arts aan de slag kunnen”, besluit Van den Driessche. “Dat is niet alleen onverantwoord tegenover onze studenten, maar ook nefast voor de zorgnoden in Vlaanderen. De artsenplanning en gezondheidszorg moeten volledig in Vlaamse handen komen. Alleen dan kunnen we eindelijk een rechtvaardig beleid voeren dat vertrekt van onze eigen noden.”