Demir legt juridische tijdbom onder Vlaams jeugddelinquentierecht
Met nog slechts enkele weken te gaan voor de inwerkingtreding van het nieuwe federale Strafwetboek op 8 april 2026, heeft minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) nog altijd geen sluitende decretale aanpassing gerealiseerd van het Vlaams jeugddelinquentierecht. Nochtans werd het nieuwe Strafwetboek al op 22 februari 2024 goedgekeurd en op 8 april 2024 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. “Dit is geen technisch detail, maar een regelrechte juridische tijdbom”, waarschuwt Vlaams Parlementslid Adeline Blancquaert.
Het decreet Jeugddelinquentierecht van 15 februari 2019 bevat talrijke kruisverwijzingen naar het oude Strafwetboek van 1867. Als die verwijzingen niet tijdig worden aangepast, dreigt Vlaanderen geconfronteerd te worden met juridische onzekerheid en zelfs het risico dat voor bepaalde zware misdrijven gepleegd door minderjarigen geen rechtsgeldige sanctie meer kan worden opgelegd. Tijdens de commissie Justitie van 24 februari 2026 erkende minister Demir dat de harmonisatie nog loopt en dat men zich zal beroepen op overgangsbepalingen. Tegelijk noemde zij de federale inwerkingtreding “een ramp” en gaf zij aan dat zij “hier eigenlijk geen tijd voor heeft”.
“De Vlaming heeft recht op rechtszekerheid en veiligheid, niet op institutioneel gekibbel en bestuurlijke onkunde”
“Een Vlaamse minister van Justitie die zegt dat zij geen tijd heeft om een dreigend juridisch vacuüm te voorkomen, geeft impliciet haar onmacht toe”, reageert Blancquaert. “Minister Demir beschikt al bijna twee jaar over de volledige tekst van het nieuwe Strafwetboek. Dat zij nu verwijst naar tijdsgebrek en overgangsmaatregelen, is werkelijk hallucinant” Volgens het Vlaams Belang is het bovendien bijzonder cynisch dat Demir de verantwoordelijkheid naar het federale niveau doorschuift, terwijl haar partij ook daar mee bestuurt en zelfs de premier levert. “Als zelfs met dezelfde partij aan beide kanten van de onderhandelingstafel geen coherente justitiehervorming mogelijk is, dan bewijst dat hoe diep het Belgische model faalt.”
Naast de juridische onzekerheid wijst het Vlaams Belang ook op de financiële gevolgen voor Vlaanderen. Door de sterke uitbreiding van alternatieve straffen, zoals elektronisch toezicht, dreigt een aanzienlijke verschuiving van detentiekosten van het federale naar het Vlaamse niveau. “Ofwel voorziet de federale overheid in een volledige, automatische en structurele financiering van elke bijkomende enkelband die voortvloeit uit haar eigen wetgeving, ofwel moet de bevoegdheid inzake strafuitvoering integraal worden overgeheveld naar de deelstaten”, besluit Blancquaert. “Beleid en budget moeten samenvallen. Wie beslist, moet betalen. De Vlaming heeft recht op rechtszekerheid en veiligheid, niet op institutioneel gekibbel en bestuurlijke onkunde.”