Digitale euro dreigt uit te groeien tot Europees controle-instrument
Het Europees Parlement heeft deze week in de Commissie Economische en Monetaire Zaken (ECON) zijn positie over de digitale euro goedgekeurd. “Men verkoopt de burger een digitaal equivalent van contant geld, maar levert een wettekst af die de Commissie en de ECB alle ruimte geeft om dat later te herzien”, zegt Europees Parlementslid Gerolf Annemans (Vlaams Belang). “Dat is geen vooruitgang, dat is een blanco volmacht.”
De Europese Centrale Bank lanceerde het project voor een digitale euro in 2021, als aanvulling op contant geld, nooit als vervanging ervan. Het moest een veilig en privacyvriendelijk Europees betaalmiddel worden dat de burger meer keuze gaf en Europa minder afhankelijk maakte van niet-Europese betaalplatformen. De tekst die gisteren werd goedgekeurd, bevat volgens Vlaams Belang echter een reeks bepalingen die haaks staan op net die beloftes.
Zo herhaalde ECB-directielid Piero Cipollone in de voorbereidingsfase van dit dossier meermaals dat de digitale euro geen programmeerbaar geld zou worden en dat de ECB enkel de globale bedragen zou verwerken om de geldhoeveelheid op te volgen. Programmeerbaar geld zou betekenen dat een euro niet langer een euro is: het gebruik ervan kan dan beperkt worden tot bepaalde aankopen, plaatsen of termijnen, in plaats van vrij en onvoorwaardelijk inwisselbaar te blijven zoals contant geld. De goedgekeurde tekst stipuleert weliswaar uitdrukkelijk dat de digitale euro geen programmeerbaar geld is (artikel 24, §2), maar diezelfde tekst geeft de ECB tegelijk de bevoegdheid om, naast de houderlimiet, bijkomende instrumenten te ontwikkelen om het gebruik van de digitale euro als opslagmiddel van waarde te beperken (artikel 16, §1). En Annex IV bepaalt zwart op wit dat de ECB en de nationale centrale banken niet enkel transactiebedragen, maar ook informatie over de transacties zelf mogen verwerken.
“Opvallend is dat N-VA niet tegenstemde maar zich onthield”
“Wat vandaag in de wet staat, is maar een deel van probleem. Het probleem is in feite wat de Commissie er morgen, via een zogenaamde “delegated act” en zonder het Parlement nog te moeten raadplegen, van kan maken”, aldus Annemans. Zowel artikel 34 als artikel 35 machtigen de Commissie om de lijst van persoonsgegevens die centrale banken mogen verwerken, via dergelijke gedelegeerde handelingen uit te breiden. Een technisch betaalmiddel dat vandaag wordt voorgesteld als privacyvriendelijk, kan zo op termijn, zonder nieuw democratisch debat, evolueren naar een controleinstrument.
Het Vlaams Belang wijst ook op de asymmetrie in de identificatieplicht: terwijl elke Europese burger aan zijn bank moet kunnen verantwoorden waar elke euro vandaan komt en naartoe gaat, voorziet de tekst expliciet dat asielzoekers en personen zonder vaste verblijfplaats toegang krijgen tot digitale-eurodiensten via alternatieve, lichtere identificatieprocedures. NGO’s – niet bepaald toonbeelden van transparantie - krijgen hier het recht om de digitale euro te weigeren (artikel 9), terwijl elke burger juist méér moet verantwoorden.
Tegen die achtergrond is het niet verwonderlijk dat de tekst tijdens de stemming in ECON op verzet stuitte. De Patriots for Europe-fractie stemde tegen. Opvallend is dat N-VA niet tegenstemde maar zich onthield. “De digitale euro werd aangekondigd als digitale vorm van contant geld voor iedereen. Wat vandaag voorligt, is een kader vol uitzonderingen voor sommigen, achterpoortjes voor de Commissie en een houderlimiet die uniform wordt opgelegd, maar de koopkracht harder aantast in lidstaten met een hogere inflatie dan het eurozone-gemiddelde,” besluit Annemans. “Wie privacy en de financiële vrijheid die contant geld biedt ernstig neemt, kan hier niet mee instemmen.”