Discussie over mantelzorgers toonde vooral hypocrisie
Voor het Vlaams Belang was de discussie omtrent mantelzorgers, zoals die gevoerd werd in de Kamercommissie Sociale Zaken, één groot hypocriet vertoon. “Het Vlaams Belang stond steeds alleen in zijn aandacht voor deze mensen die, onbetaald en uit persoonlijke betrokkenheid, zorgen voor zieke, hulpbehoevende of oudere personen”, zegt Kamerlid Kurt Moons. “In het verleden vond niemand van de andere partijen, ook zij die vandaag het hardst roepen, de mantelzorgers een blik waard.”
In de commissie waren wederzijdse verwijten en beledigingen tussen meerderheid en linkse oppositie niet van de lucht. De meerderheid klopte zich op de borst bezig te zijn met aanpassingen aan het statuut; de linkse oppositie diende dan weer een wetsvoorstel in om voor mantelzorgers een uitzondering te voorzien van de beperking van de werkloosheid in de tijd. En toen duidelijk werd dat dit voorstel van tafel geveegd ging worden door de regering, namen PS en PVDA/PTB dan maar hun toevlucht tot zoveel mogelijk vertragingsmanoeuvres. “Een beschamende vertoning”, aldus Moons. “De mantelzorgers, en de mensen die ze met zoveel liefde verzorgen, verdienen veel beter.”
“Enkel en alleen het Vlaams Belang kwam tussen over mantelzorgers”
Moons herinnert eraan dat op het ogenblik dat over de beperking van de werkloosheid in de tijd gestemd werd, enkel en alleen het Vlaams Belang meermaals tussenkwam: “Zowel in de plenaire vergadering van de Kamer als in de commissies. Telkens met de boodschap dat er een uitzondering voor mantelzorgers voorzien diende te worden.” Het Vlaams Belang diende zelfs aanbevelingen en amendementen in om in dergelijke uitzondering te voorzien.
“Alle pogingen om een apart statuut te creëren of in uitzonderingen te voorzien werden echter van tafel geveegd door zowel meerderheid als oppositie”, merkt Moons tot slot op op. “En vandaag rollen alle partijen vechtend over de straat om toch maar te bewijzen hoe belangrijk ze de mantelzorgers wel niet vinden. Hypocrieter kan je het moeilijk nog bedenken.”