Nieuws
dinsdag, 06 jan 2026

Dure winkelkar blijft koopkracht aantasten

Foto: iStock. Dure winkelkar blijft koopkracht aantasten

De gemiddelde winkelkar is in 2025 met 3,83 procent duurder geworden, zo blijkt uit nieuwe cijfers van Testaankoop. Vooral de prijzen van chocolade, vlees en koffie zijn fors gestegen, terwijl slechts enkele producten, zoals olijfolie, goedkoper werden. “Voor veel gezinnen betekent dit opnieuw een voelbare extra hap uit het gezinsbudget. Basisproducten worden jaar na jaar duurder en gezinnen moeten steeds meer betalen voor dagelijkse boodschappen”, zegt Kamerlid Reccino Van Lommel. “Die dure winkelkar is het resultaat van foute beleidslijnen, en van fiscale druk op werkende Vlamingen.”

Consumenten krijgen het advies om prijzen goed te vergelijken en wat vaker te kiezen voor huismerken. “Maar men kan de verantwoordelijkheid niet louter bij de consument leggen”, aldus Van Lommel. “Slimmer winkelen kan wel helpen, maar het mag geen excuus zijn voor beleidsstilstand.” Het Kamerlid benadrukt dat zonder structurele ingrepen de winkelkar ook in de komende jaren nog verder dreigt te ontsporen, maar dat de  regering nalaat om gerichte maatregelen te nemen.

“Er is nood aan structurele keuzes die gezinnen echte ademruimte geven”

Het Vlaams Belang, dat recent nog een grootse campagne voerde tegen de dure winkelkarren, pleit voor concrete en structurele maatregelen die de koopkracht van gezinnen echt versterken. Een btw-verlaging op essentiële voedingsproducten, zoals vlees, basiszuivel en koffie, zou de prijsdruk deels kunnen verlichten. “En er is ook nood aan strengere controle op prijszetting binnen de voedselketen”, aldus nog Van Lommel. “Transparantie over winstmarges, een kordate aanpak van marktconcentratie en het bestrijden van mogelijke prijsafspraken zijn cruciaal om misbruik te vermijden.”

Het verhogen van de koopkracht moet ook breder worden aangepakt. “Voor het Vlaams Belang is de dure winkelkar het resultaat van foute beleidslijnen en fiscale druk op werkende Vlamingen”, besluit Van Lommel. “De fiscale druk op arbeid en inkomen moet worden aangepast, zodat werken meer loont en gezinnen meer overhouden. Er is nood aan structurele keuzes die gezinnen echte ademruimte geven, in plaats van nieuwe lastenverhogingen of halfslachtige maatregelen.”