F-35-infrastructuur kost bijna 600 miljoen euro
Niet alleen de aankoop van de F-35’s zelf kost de belastingbetaler miljarden, ook de infrastructuurfactuur loopt volledig uit de hand. De infrastructuurwerken voor de F-35-bases in Florennes en Kleine-Brogel kosten samen al minstens 595 miljoen euro. Daarbovenop kwamen nog eens 85 miljoen euro extra voor bijkomende werken en inflatie, plus een bijkomend visum van 124 miljoen euro wegens oplopende kosten. “De belastingbetaler betaalt zich blauw aan deze prestigeaankoop”, zegt Vlaams Belang-Kamerlid Annick Ponthier, die de cijfers opvroeg. “Niet alleen de toestellen zelf zijn peperduur, ook alle infrastructuur die nodig is om ze te huisvesten kost ons ondertussen bijna 600 miljoen euro.”
De cijfers tonen aan dat Defensie enorme bedragen investeert in gespecialiseerde hangaars, shelters, onderhoudsgebouwen, simulatoren, munitieopslag en uitgebreide beveiligingssystemen voor de F-35-complexen. Tegelijk bevestigt Francken dat bijkomende investeringen nodig zullen zijn om toekomstige extra F-35’s onder te brengen. “De F-35 is letterlijk een vliegende kost, waarvan de ene na de andere factuur zich opstapelt”, stelt Ponthier, “We maken ons niet enkel zorgen om het aankoopbedrag van ruim 1 miljard voor de 11 extra toestellen, maar dus ook om de kosten voor de hele omkadering en de volledige levenscyclus ervan.”
Volgens het Vlaams Belang is de militaire noodzaak van de uitbreiding van de F-35-vloot totaal niet aangetoond. “De NAVO beschikt vandaag al over meer dan 3.000 moderne gevechtsvliegtuigen. Voor onze collectieve verdediging hebben we die extra toestellen dus niet nodig, en voor ons eigen luchtruim volstaan de 34 F-35’s die België al heeft ruimschoots. Waar wil men die extra jets dan eigenlijk inzetten?”
“Francken kiest voor het leger van het verleden”
Het F-35-verhaal wijst volgens het Vlaams Belang op een achterhaalde visie op defensiematerieel. “De oorlog in Iran toont dat moderne oorlogsvoering vandaag draait om goedkope dronezwermen, luchtafweersystemen, raketten en anti-dronecapaciteiten, niet om peperdure gevechtsvliegtuigen”, besluit Ponthier. “Met al dat geld voor aankoop, onderhoud én infrastructuur konden we investeren in het materieel van de toekomst. Francken kiest echter bewust voor het leger van het verleden, om op een goed blaadje te staan bij de Amerikaanse NAVO-broodheren en Lockheed Martin.”