Francken maakt U-bocht en noemt Turkije onmisbare veiligheidspartner
Vlaams Belang-Kamerlid Ellen Samyn haalt scherp uit naar minister van Defensie Theo Francken (N-VA) na diens uitspraken over Turkije. In een eerder interview met het Turkse persagentschap Anadolu Agency omschreef Francken Turkije als een ‘onmisbare actor’ voor de Europese veiligheids- en defensie-architectuur. “Dit is een radicale breuk met eerdere standpunten waarin N-VA Turkije scherp bekritiseerde”, aldus Samyn.
In zijn antwoord op een parlementaire vraag van Samyn hierover stelde Francken opnieuw dat samenwerking met de Turkse industrie, politiek en diplomatie noodzakelijk is. Maar dat staat volgens het Kamerlid in schril contrast met eerdere N-VA-publicaties, zoals het artikel “We hebben een sterke NAVO nodig” (2019) en het opiniestuk “Quo Vadis, Turkije?” (2020). Daarin werd Turkije door N-VA nog beschuldigd van het ondermijnen van de interne cohesie van het bondgenootschap en het afdrijven van westerse waarden.
Samyn wijst op een reeks concrete Turkse acties die onverenigbaar zijn met een loyaal NAVO-lidmaatschap: unilaterale militaire operaties in Syrië tegen Koerdische partners van de anti-IS-coalitie, de aankoop van het Russische S-400-luchtafweersysteem, militaire en logistieke steun aan Azerbeidzjan, wat leidde tot de verdrijving van de Armeense bevolking uit Nagorno-Karabach, en aanhoudende binnenlandse autocratie en mensenrechtenschendingen.
“Alle vroegere kritiek op Erdogan wordt stilletjes in de kast gestopt”
In zijn antwoord op de parlementaire vraag verdedigt minister Francken de rol van Turkije binnen het bondgenootschap. Francken stelt in zijn antwoord zelfs dat Turkije als constitutionele republiek met democratische instellingen ‘compatibel is met de NAVO-waarden’ en verklaart de steun aan Azerbeidzjan vanuit ‘etnische verbondenheid’.
“Niemand ontkent het militaire en geopolitieke gewicht van Turkije”, besluit Samyn. “Maar geopolitiek belang is geen vrijgeleide om alle vroegere kritiek op Erdogan en zijn beleid stilletjes in de kast te stoppen. De vraag is eenvoudig: was de N-VA toen verkeerd, of kijkt minister Francken vandaag bewust de andere kant op?”