Nieuws
woensdag, 04 nov 2026

Grote onduidelijkheid over controles op Inkomensgarantie voor Ouderen

Foto: iStock. Grote onduidelijkheid over controles op Inkomensgarantie voor Ouderen

Uit eerder onderzoek bleek al dat de controles op de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) zwaar te wensen overlaten. Liefst 44,6 procent van alle IGO-uitkeringen bleek naar personen van buitenlandse origine te gaan. Bij de groep mannelijke IGO-gerechtigden gaat het om liefst 55,2 procent. “Bevoegd minister Jan Jambon (N-VA) kondigde verstrengingen van het systeem aan, voornamelijk wat de toegestane verblijfsduur in het buitenland betreft”, zegt Vlaams Belang-Kamerlid Ellen Samyn. “Maar het is belangrijk om te weten wat die veranderingen zullen inhouden. We moeten vermijden dat Vlaamse ouderen, voor wie deze tegemoetkoming vaak een noodzakelijke aanvulling op hun pensioen is, onbedoeld door de nieuwe regels worden getroffen.”

Samyn bevroeg Jambon over de aangekondigde verstrengingen van de verblijfsvoorwaarden in het buitenland. Momenteel mogen IGO-gerechtigden maximaal 29 dagen per jaar in het buitenland verblijven. De minister wil die termijn terugbrengen tot 21 dagen. Een verblijf in het buitenland moet vanzelfsprekend steeds worden gemeld aan de Federale Pensioendienst. In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer iemand door een natuurramp niet tijdig naar België kan terugkeren, kan een langer verblijf worden toegestaan.

De Federale Pensioendienst controleert periodiek of IGO-gerechtigden daadwerkelijk in België verblijven. Dat gebeurt onder meer via een aangetekende brief die de betrokkene persoonlijk in ontvangst moet nemen of, bij afwezigheid, moet ophalen in het postkantoor. “Deze controleprocedure maakt heel wat Vlaamse ouderen ongerust”, aldus Samyn. “Sommigen durven hun woning nauwelijks nog te verlaten uit angst een aangetekende brief te missen en daardoor hun uitkering in gevaar te brengen.” Tot op heden geldt deze verplichting enkel voor IGO-gerechtigden jonger dan 80 jaar. Jambon wil die leeftijdsgrens nu schrappen, waardoor ook 80-plussers verplicht zouden worden om de aangetekende zending persoonlijk in ontvangst te nemen of op te halen.

“Deze hervorming dreigt opnieuw heel wat Vlaamse ouderen met een IGO te treffen”

Volgens Jambon werd er in de periode van 1 april 2024 tot 31 maart 2025 gericht onderzoek verricht door de Federale Pensioendienst. Daaruit bleek dat, bij 143 geregistreerde overlijdens van IGO-gerechtigden in het buitenland, er liefst 123 waren waarvan het verblijf in het buitenland niet gekend was bij de Federale Pensioendienst. “Voor een uitkering die volledig met belastinggeld wordt gefinancierd en waarvan de uitgaven de afgelopen zes jaar met liefst 70 procent zijn gestegen tot ongeveer 1 miljard euro, mag toch wel verwacht worden dat er strenge controles worden uitgevoerd“, stelt Samyn, die reeds kon aantonen dat een groot deel van de IGO-uitkeringen naar personen van niet-Belgische origine gaat. “Controles op niet-aangegeven verblijven in het buitenland zijn dan ook geen overbodige luxe, maar een noodzaak. De vaststellingen van de Federale Pensioendienst gebeurden enkel bij een overlijden. Hoeveel personen er daadwerkelijk in het buitenland verblijven en tegelijkertijd een IGO ontvangen, blijft dus gewoonweg een raadsel.” 

Het pijnpunt is echter dat de hervorming opnieuw heel wat Vlaamse ouderen met een IGO dreigt te treffen. Ook zij zullen weer angst hebben om hun woning te verlaten uit vrees hun uitkering te verliezen. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk: wie onze Vlaamse ouderen écht wil ontzien, moet onze sociale zekerheid beter afschermen voor nieuwkomers én duidelijke verblijfsvoorwaarden opleggen. “Zolang dat niet gebeurt, blijft het dweilen met de kraan open en dreigen onze eigen ouderen telkens opnieuw de dupe te worden”, besluit Samyn.