Meer dan 70% phishingzaken die vorig jaar werden geopend ondertussen geseponeerd
Uit cijfers die federaal parlementslid Alexander Van Hoecke (Vlaams Belang) opvroeg blijkt dat maar liefst 71,77% van de phishingonderzoeken die vorig jaar werden geopend zijn geseponeerd. Sommige dossiers zouden zelfs geseponeerd worden om “een signaal te sturen naar de politiek”. De verschillende parketten hanteren bovendien een wirwar aan richtlijnen om al dan niet tot vervolging over te gaan. Het Vlaams Belang roept daarom op om meer te investeren in de strijd tegen phishing en werk te maken van één gestructureerde aanpak. “Dat slachtoffers in de kou blijven staan omdat er onvoldoende middelen zijn om tot onderzoek over te gaan, is onaanvaardbaar”, aldus Van Hoecke.
In 2024 werden 11.068 zaken in verband met phishing geopend door het parket in België. Bijna 8.000 daarvan zijn ondertussen geseponeerd. Acht op de tien keer gaat het om een seponering om technische redenen. Opvallend is ook dat bijna de helft van de phishingzaken die vorig jaar binnenkwamen bij het parket zich situeren in Oost- en West-Vlaanderen. Volgens het parket zelf geraken in de andere arrondissementen kleinere dossiers niet tot bij het parket en blijven ze op het niveau van de politie hangen.
De verschillende parketten in het land hanteren ook allen verschillende ondergrenzen om te bepalen of ze overgaan tot vervolging van phishing. Zo vervolgt het parket van Limburg geen internetoplichting onder de 500 euro. In Oost-Vlaanderen gaat het om 1.000 euro en in West-Vlaanderen om 2.500 euro. Volgens de procureur van Halle-Vilvoorde dan weer is er sinds eind 2021 een omzendbrief, waardoor phishing alleen nog instroomt op het parket als een slachtoffer meer dan 10.000 euro aan schade heeft geleden of de betaling gebeurde op een Belgisch rekeningnummer.
“Volgens het parket van West-Vlaanderen worden bepaalde phishingdossiers geseponeerd om een signaal te sturen naar de politiek”
Al in 2023 kondigde toenmalig minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) aan dat hij de verschillende praktijken wou bundelen in één nationale richtlijn. “Maar er is vandaag nog steeds geen eengemaakte richtlijn voor de vervolging van phishing”, zegt Van Hoecke. “Ook minister Verlinden beloofde dat ze zou onderzoeken of en waar harmonisering mogelijk is, maar heeft nog niks ondernomen. Wij dringen erop aan hier zo snel mogelijk werk van te maken. Als slachtoffer is het compleet onduidelijk wanneer het openbaar ministerie overgaat tot onderzoek. Het valt bovendien niet uit te leggen dat een slachtoffer al dan niet kan rekenen op een onderzoek op basis van zijn of haar woonplaats.”
Volgens het parket van West-Vlaanderen worden bovendien bepaalde phishingdossiers geseponeerd op grond van ‘onvoldoende recherchecapaciteit’ om een signaal te sturen naar de politiek. De boodschap: “dat we op zich wel iets zouden kunnen doen, maar door gebrek aan middelen dit onmogelijk is.”
Eengemaakte aanpak en bijkomende middelen noodzakelijk
“Phishing is al niet eenvoudig te bestrijden doordat de daders zeer moeilijk traceerbaar zijn, maar dat er bepaalde zaken geseponeerd worden omdat er onvoldoende middelen zijn, is compleet onaanvaardbaar”, zegt Van Hoecke daarover.
“Bijna iedereen heeft al te maken gekregen met phishingpogingen”, besluit Van Hoecke. “Het is een wijdverspreide vorm van criminaliteit en de cijfers van het parket geven slechts een fractie van het werkelijke aantal weer. Veel internetfraude wordt namelijk niet aangegeven. Het is fundamenteel dat de strijd tegen deze vorm van oplichting op volle kracht kan worden gevoerd. Daarvoor zijn niet alleen bijkomende middelen nodig, maar ook één duidelijke lijn in het vervolgingsbeleid. Beiden ontbreken vandaag volledig”