Niet blind besparen in onderwijs, wel verspilling aanpakken
De Vlaamse regering staat voor een zware begrotingsopdracht en zou voor 2027 een besparing van ongeveer 1,7 miljard euro moeten realiseren. Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) liet weten dat ze niet van plan is om opnieuw grote inspanningen te leveren op Onderwijs. Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) kan zich daarin vinden, maar vreest dat als puntje bij paaltje komt Onderwijs de dans niet zal ontlopen. “Ons onderwijs verkeert vandaag in een polycrisis. We hebben nood aan investeringen, maar tegelijk moeten we veel kritischer kijken naar waar ons geld naartoe gaat en welk effect dat heeft in de klas.”
De onderwijskwaliteit staat onder druk, scholen kampen met een structureel lerarentekort, de instroom van anderstalige leerlingen stelt grote uitdagingen, de zorgvragen en planlast nemen toe en heel wat schoolinfrastructuur is verouderd. Tegen die achtergrond heeft het onderwijs de voorbije jaren al verschillende besparingsrondes moeten verwerken. “Het hoger onderwijs leverde onder meer in via onderindexeringen en kreeg recent ook besparingen op de studietoelagen te verwerken. Het volwassenenonderwijs zag de inschrijvingsgelden stijgen en leverde in op omkadering. In het secundair onderwijs was er de rationalisatie van het studieaanbod en het schrappen van de OKAN-vervolgschoolcoaches”, aldus Beckers. “En ondertussen verwachten we van het basisonderwijs dat het een hele reeks nieuwe ambities rond het uitbouwen van het kennisrijk curriculum en Ieder Kind Taalheld realiseert.”
“Met een voorziene begrotingsinspanning van 1,7 miljard euro vrees ik echter dat als puntje bij paaltje komt het mooie voornemen van Demir een loze belofte zal worden. Onderwijs is met voorsprong de grootste uitgavenpost van Vlaanderen en zal dus onvermijdelijk mee op de weegschaal liggen”, vervolgt het Vlaams Palrmentslid. “Het risico is dan groot dat opnieuw voor de politiek gemakkelijkste oplossing wordt gekozen: een kaasschaaf-operatie waarbij ieder beleidsdomein zijn steentje moet bijdragen en dus wordt overal wat afgeroomd.”
Dat betekent volgens Beckers echter niet dat er binnen Onderwijs geen ruimte is om efficiënter met middelen om te gaan. “We moeten veel kritischer durven kijken naar de manier waarop we het beschikbare geld inzetten. De voorbije jaren is er te vaak gekozen voor losse potjes, tijdelijke maatregelen en halve oplossingen die weinig structureel veranderen. Dat is de kotjesbouwerij van het onderwijs: ieder afzonderlijk kotje lijkt misschien betaalbaar, maar samen kosten ze veel geld en op termijn zijn ze verliesposten als ze de fundamentele problemen niet oplossen.”
“Kotjesbouwerij op Onderwijs kost handenvol geld zonder structurele problemen op te lossen”
Beckers verwijst daarbij naar de extra 55 miljoen euro werkingsmiddelen voor praktijkrichtingen. “Die middelen kunnen scholen helpen bij de hogere kosten ervan, maar ze lossen op zichzelf niets structureels op aan de aantrekkelijkheid, organisatie of inhoudelijke kwaliteit van die opleidingen. Dergelijke ad hoc financiële injecties zijn geen alternatief voor echte hervormingen.” Ook bij de maatregelen tegen het lerarentekort moeten we ons volgens Beckers afvragen welke van de nieuwe constructies, zoals gastleraren en leraren-specialisten, daadwerkelijk een duurzame oplossing boden. “Op die werf is ook maar de vraag in hoeverre die nieuw ingevoerde inductie-eenheden voor startende leraren effectief zoden aan de dijk gaan brengen. Daarnaast werd ook geld vrijgemaakt voor het inrichten van de masteropleiding basisonderwijs, maar vandaag is er nog altijd geen duidelijk functieprofiel en geen budget om die afgestudeerden ook als master te verlonen. Dan moet je durven erkennen dat er onvoldoende is nagedacht over die maatregel.”
“Niemand ontkent dat Vlaanderen veel geld uitgeeft aan onderwijs. Maar dat is niet de juiste vraag. De vraag is: waaraan geven we het uit, met welk doel en met welk effect in de klas? Als minister Demir Onderwijs wil beschermen tegen nieuwe besparingen, steun ik haar daarin. Maar dan verwacht ik ook dat ze keuzes maakt en durft te snoeien in de inefficiënte ad hoc-constructies van de afgelopen jaren”, concludeert Beckers. “De oplossing is dus vooral om het budget dat we hebben beter te investeren. Bescherm wat scholen en leraren daadwerkelijk nodig hebben en maak eindelijk werk van structurele oplossingen in plaats van steeds nieuwe kotjes te bouwen.”