Nieuws
dinsdag, 27 jan 2026

Nieuw actieplan radicalisering roept vragen op over veiligheidsprioriteiten Vlaamse regering

De Vlaamse regering stelde een nieuw actieplan voor tegen radicalisering, extremisme en terrorisme. Het plan bouwt voort op het anti-radicaliseringsbeleid dat werd opgezet na de islamterroristische aanslagen van 2015 en 2016, maar is intussen verruimd naar andere vormen van radicalisering en naar zogenoemde “schadelijke polarisatie”. Vooral dat laatste roept vragen op. “Als jihadistisch extremisme de grootste dreiging is, dan moet dat ook de absolute prioriteit zijn in beleid en middelen. Een aanpak die alles op één hoop gooit en zelfs legitieme meningen viseert, verzwakt onze veiligheid en ondermijnt het vertrouwen van de burgers,” zei Vlaams Belang-fractievoorzitter Chris Janssens in het Vlaams Parlement.

De Vlaamse regering presenteerde recent haar actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme en terrorisme. Het plan wil “inzetten op een geïntegreerde aanpak”, “zonder voorafgaande focus op één ideologische stroming", en koppelt klassieke veiligheidsdoelstellingen aan een brede strijd tegen zogenaamd “schadelijke polarisatie”. Tijdens het debat in het Vlaams Parlement uitte Chris Janssens echter stevige kritiek op die benadering.

Volgens Janssens blijkt uit studies waarnaar het Plan verwijst nochtans dat jihadistisch extremisme veruit de meest dominante en structurele dreiging vormt voor de veiligheid. “Als men die vaststelling ernstig neemt, dan moet dat ook zichtbaar zijn in de prioriteiten, de middelen en de concrete acties,” stelde hij. “Maar wanneer men tegelijk weigert een duidelijke focus te leggen, dreigt men alles samen te gooien tot één vaag extremismeverhaal waarin de grootste dreiging verdwijnt.” 

“Wanneer links geweld pleegt, zien we vaak begrip en relativering.”

Daarnaast wees Janssens op wat hij een structurele blinde vlek noemt: geïmporteerde etnisch-culturele conflicten die zich in Vlaanderen manifesteren in geweld. “Dit zijn geen abstracte spanningen of ‘misverstanden tussen groepen’, maar concrete geweldsincidenten die hun oorsprong vinden in buitenlandse conflicten,” klonk het. Hij verwees daarbij naar een recente steekpartij op een Koerdische betoging in Antwerpen. “Dat men dit in het actieplan niet benoemt, toont een gebrek aan politieke eerlijkheid.”

Ook de aanpak van extreemlinks geweld riep vragen op. Janssens verwees onder meer naar gewelddadige acties van groepen als Antifa en Code Rood. “Wanneer links geweld pleegt, zien we te vaak begrip en relativering” stelde hij. “Een geloofwaardig veiligheidsbeleid kan alleen bestaan als de overheid ideologisch neutraal optreedt en subsidies intrekt van organisaties die betrokken zijn bij gewelddadige acties.”

De scherpste kritiek betrof het luik “schadelijke polarisatie”. Volgens Janssens dreigt dat begrip te worden misbruikt als politiek instrument. “Ik zie al jaren hoe ‘polarisatie’ wordt gebruikt om kritiek op migratie, multiculturalisme of islamisering te problematiseren,” zei hij. “Als dit plan wordt ingezet om democratische, niet-gewelddadige standpunten te viseren, dan bestrijdt men geen extremisme meer, maar pluralisme.”

Janssens besloot met een duidelijke waarschuwing aan de regering: “Terrorismebestrijding verdient de hoogste prioriteit, maar dit plan mag geen ideologisch project worden. Als men de focus verliest op het dodelijke jihadistisch geweld, links geweld nuanceert, importconflicten verzwijgt en rechtse meningen problematiseert, dan ondergraaft men niet alleen de veiligheid, maar ook het democratisch debat zelf.”