Vage antwoorden van minister lossen crisis in jeugdhulp niet op
Volgens Vlaams Parlementslid Mercina Claesen (Vlaams Belang) blijft het voorgestelde plan jeugdhulp van welzijnsminister Caroline Gennez (Vooruit) te vaag over de concrete uitvoering van de aangekondigde acties. Dat bleek deze week tijdens de commissiebespreking Welzijn, waar de minister het plan toelichtte maar op een groot aantal gerichte vragen geen duidelijk antwoord gaf. “Het gaat ons niet om algemene intenties of toekomstmuziek”, stelt Claesen. “Ik heb zeer concreet gevraagd naar acties die volgens de conceptnota reeds in het laatste kwartaal van 2025 opgestart moesten zijn. Net daar bleef de minister opvallend vaag.”
Tijdens haar tussenkomst vroeg Claesen onder meer naar de stand van zaken van het werkingskader en de uitbreiding van het vroegdiagnostisch aanbod, dat volgens de conceptnota reeds vorig jaar van start had moeten gaan. “In haar antwoorden bleef de minister steken in verwijzingen naar overleg, toekomstige regelgeving of bredere beleidsinitiatieven uit andere domeinen”, zegt Claesen. “Dat is geen antwoord op de vraag welke acties vandaag al effectief opgestart hadden moeten zijn volgens het masterplan.”
Ook over de aangekondigde nieuwe visie op crisisjeugdhulp bleef elke inhoudelijke toelichting uit. “De minister stelde dat ‘iedereen weet wat het probleem is’, maar dat volstaat niet. Als er een nieuwe visie wordt aangekondigd, dan heeft het parlement het recht te weten wat er concreet zal veranderen ten opzichte van de huidige aanpak,” aldus Claesen.
“Ondertussen blijven de wachtlijsten stijgen”
De vaagheid van het plan staat in schril contrast met de realiteit op het terrein. Uit recente cijfers van het agentschap Opgroeien blijkt dat 9.154 jongeren wachten op jeugdhulp, een stijging met 650 jongeren in één jaar. Ter vergelijking: in 2021 waren dat er iets meer dan 6.000. “Er zijn momenteel 2.000 extra plaatsen nodig waarvoor geen duidelijk tijdspad is, zonder garanties over personeel en zonder zicht op lopende acties. Dat is moeilijk ernstig te nemen”, aldus nog Claesen. “De wachtlijsten groeien vandaag, niet in 2027 of 2028.”
Claesen benadrukt dat ze de tweede tussenkomst in de commissie bewust beperkte tot een klein aantal concrete vragen. “Zelfs dan bleven meerdere vragen onbeantwoord of slechts gedeeltelijk beantwoord. Dat toont aan hoe weinig houvast dit plan vandaag biedt. Zolang het onduidelijk blijft welke acties al zijn opgestart, welke evaluaties bestaan en hoe snel gezinnen effectief geholpen worden, blijft dit plan vooral een intentienota”, besluit Claesen. “De jeugdhulp heeft geen nood aan vaagheid, maar aan duidelijkheid, uitvoering en verantwoordelijkheid.”