Vlaams Belang neemt voortouw tegen dodelijke repressie in Iran
“Wie zwijgt wanneer een regime met kogels antwoordt op vreedzaam protest, kiest de kant van de onderdrukker,” stelt Vlaams Parlementslid Frédéric Erens (Vlaams Belang). Met een voorstel van resolutie over Iran nam het Vlaams Belang als eerste fractie het initiatief om de dodelijke repressie door het Iraanse ayatollahregime ondubbelzinnig te veroordelen.
De aanleiding is de aanhoudende golf van volksprotesten in Iran, die zich over het hele land uitstrekt en gedragen wordt door brede lagen van de bevolking. Jongeren, vrouwen, arbeiders en ouderen eisen meer vrijheid, waardigheid en respect voor hun fundamentele rechten. Het antwoord van het islamitisch-theocratische regime is meedogenloos. Vreedzame betogers worden beschoten, gearresteerd en het zwijgen opgelegd. “Dit gaat niet over diplomatieke gevoeligheden, maar over elementaire mensenrechten,” benadrukt Erens. “Wat daar gebeurt, is geen incident, maar systematisch staatsgeweld tegen de eigen bevolking.”
“Geen vrijblijvende symboliek, maar een morele plicht”
Het Vlaams Belang diende ondertussen als eerste een voorstel van resolutie in het Vlaams Parlement in. Algauw volgden ook meerderheidspartijen N-VA, cd&v en Vooruit samen met oppositiepartijen Open Vld en Groen met een eigen gedeeld resolutievoorstel. “Blijkbaar moet zelfs voor het veroordelen van dodelijke repressie het ondemocratische cordon sanitaire overeind blijven”, merkt Erens scherp op. “Het is veelzeggend dat de zelfverklaarde democratische partijen politieke spelletjes verkiezen boven een kamerbrede veroordeling van staatsterreur.”
“Blijkbaar moet zelfs voor het veroordelen van dodelijke repressie het ondemocratische cordon sanitaire overeind blijven”
Voor het Vlaams Belang is de resolutie geen vrijblijvende symboliek, maar een morele plicht. Ze veroordeelt expliciet het buitensporige geweld van het ayatollahregime, spreekt solidariteit uit met het Iraanse volk en roept op tot echte druk via diplomatieke en internationale kanalen. “Bezorgdheid volstaat niet,” besluit Erens. “Wie vrijheid en mensenrechten ernstig neemt, moet durven benoemen wie de dader is en aan wiens kant wij staan: die van het volk, niet van het regime.”