Vlaamse Brusselaars moeten absolute voorrang krijgen in Brussels Nederlandstalig onderwijs
Vanaf het schooljaar 2027-2028 zullen ouders die gebruik willen maken van de voorrangsregeling voor Nederlandstaligen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs hun kennis van het Nederlands op een meer volledige manier moeten aantonen. “Dit is een noodzakelijke verduidelijking”, zegt Vlaams Parlementslid Jan Laeremans (Vlaams Belang). “Maar tegelijk blijft het fundamentele probleem bestaan dat de huidige voorrangsregeling nog altijd onvoldoende garanties biedt dat Nederlandstalige kinderen in Brussel de plaats krijgen waarop zij recht hebben.”
Het Vlaams Parlement keurde gisteren een voorstel van decreet goed dat de bewijsvoering voor de voorrang Nederlands in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel verduidelijkt. Vandaag geldt er bij inschrijvingen in het basisonderwijs en het eerste jaar secundair een 65 procent-voorrang voor kinderen van wie minstens één ouder voldoende Nederlands kent. Om die voorrang te verkrijgen moet een ouder aantonen dat hij of zij het Nederlands beheerst op niveau B2. In de praktijk bleken echter interpretatieverschillen te bestaan over hoe dat niveau moest worden aangetoond. Zo volstond op sommige plaatsen een korte mondelinge test, terwijl het decreet uitging van een volwaardige taalbeheersing.
“De aanpassing die nu gebeurt, is juridisch gezien vooral een verduidelijking, geen fundamentele verstrenging”, stelt Laeremans. “De regelgeving voorzag al dat een ouder het Nederlands op niveau B2 moet beheersen. Alleen bleek de toepassing op het terrein niet altijd overeen te stemmen met die bedoeling. Vooral voor ouders die hun kennis via een taaltest moesten aantonen, bijvoorbeeld bij het Huis van het Nederlands, stelde zich een probleem. Zij konden soms volstaan met een test die enkel de mondelinge vaardigheid beoordeelde, terwijl een volwaardige taalbeheersing ook lezen en schrijven omvat. Dat is nochtans ook essentieel om schoolcommunicatie te begrijpen en als ouder volwaardig deel te nemen aan het Nederlandstalige schoolleven.”
“De huidige 65-procent voorrangsregeling biedt onvoldoende garanties dat Nederlandstalige kinderen in Brussel plaats vinden in het Nederlandstalig onderwijs van hun keuze ”
Volgens Laeremans is deze verduidelijking dan ook een noodzakelijke stap, maar ze lost niet het probleem van het inschrijvingsbeleid in Brussel op. “Minister Demir heeft twee weken geleden zelf aangekondigd dat ze de regeling rond de voorrang Nederlands opnieuw zou bekijken, nadat verschillende Nederlandstalige ouders aangaven dat hun kinderen geen plaats vonden in het Nederlandstalig onderwijs van hun keuze”, gaat het Vlaams Parlementslid verder. “Dan moet men ook durven evalueren of een voorrang van 65 procent nog voldoende garanties biedt. Vandaag zijn er nog altijd Nederlandstalige kinderen die uit de boot vallen, terwijl het Nederlandstalig onderwijs in Brussel in de eerste plaats bedoeld is om de Nederlandstalige gemeenschap in de hoofdstad te versterken.”
“Voor het Vlaams Belang is het uitgangspunt duidelijk: Nederlandstalige kinderen moeten absolute voorrang krijgen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel”, concludeert Laeremans. “Het is de Vlaamse Gemeenschap die dit onderwijs organiseert en financiert. Dan is het logisch dat kinderen uit de Nederlandstalige gemeenschap als eerste toegang krijgen tot dit onderwijs. De controle op de taalvoorwaarden moet dus sluitend en objectief zijn, maar daarnaast moet ook de voorrangsregeling zelf fundamenteel worden herbekeken. Een beleid dat het Nederlandstalige karakter van het onderwijs in Brussel wil beschermen, moet er in de eerste plaats voor zorgen dat Nederlandstalige kinderen effectief toegang krijgen tot dat onderwijs.”