Vlaamse regering heeft geen zicht op duurtijd jobs na OCMW-trajecten
De Vlaamse regering meet niet of een tewerkstellingstraject via het OCMW leidt tot een duurzame tewerkstelling. Zo blijkt uit het antwoord op een vraag van Vlaams Parlementslid Michiel Awouters (Vlaams Belang) aan minister van Werk Zuhal Demir (N-VA). “De VDAB, het OCMW, de Vlaamse overheid, … niemand beschikt over dergelijke cijfers”, aldus Awouters. “Nochtans zijn deze cruciaal om na te gaan welke maatregelen leiden tot een duurzame tewerkstelling en welke niet. Hoe kan je de effectiviteit van beleidsmaatregelen verifiëren als je niet eens weet wat het resultaat is?”
De OCMW’s beschikken over verschillende instrumenten om werkzoekenden en leefloongerechtigden naar een job te begeleiden. Dit kan een tewerkstelling via artikel 60§7 zijn, waarbij het OCMW fungeert als juridische werkgever en de werknemer ter beschikking stelt aan vzw's, openbare diensten of privébedrijven. Andere instrumenten zijn werkplekleren, opleidingen, begeleiding en coaching door een maatschappelijk werker, en dergelijke meer. Op die manier kan wie door een gebrek aan werkervaring en arbeidsattitudes niet onmiddellijk aan de slag kan in het reguliere economische circuit, toch de nodige competenties en werkervaring verwerven.
“Dit is beleid voeren met de ogen dicht”
De afgelopen periode werden 31.712 van dergelijke tewerkstellingstrajecten beëindigd en werden 15.956 nieuwe trajecten opgestart. “Zonder dat iemand ook maar enig zicht heeft op hoe duurzaam die jobs zijn”, gaat Awouters verder. “De minister geeft gewoon toe dat er geen gegevens zijn over hoeveel leefloners na zes maanden, na een jaar of langer nog aan de slag zijn. Dat is hallucinant als je weet hoeveel middelen en mankracht in die trajecten kruipen.”
“Dit is beleid voeren met de ogen dicht”, concludeert Awouters. “Wij roepen de Vlaamse regering op dringend werk te maken van een structureel opvolgsysteem. Meet systematisch na 6, 12 en 24 maanden hoeveel mensen na een OCMW-traject nog effectief aan het werk zijn, rapporteer daar transparant over en schrap trajecten die weinig of niets opleveren.”