Vrijlating door plaatsgebrek is ook voor minderjarigen onaanvaardbaar
Afgelopen weekend werden in Leuven, Brussel en Nijvel verschillende minderjarigen opgepakt na ernstige geweldsfeiten. Ondanks een plaatsingsverzoek door het parket konden zij niet worden vastgehouden. “Jongeren die zware feiten plegen, belanden gewoon weer op straat omdat er geen plaats is in gesloten instellingen”, stelt Brussels Parlementslid Bob De Brabandere (Vlaams Belang). “Dat is compleet onaanvaardbaar.”
In Leuven werden zaterdagavond vier verdachten gearresteerd, onder wie drie minderjarigen van 16 en 17 jaar. Zij hadden met een mes de keel van een slachtoffer aangedrukt, een ander met een stok geslagen en hen beroofd van persoonlijke bezittingen. Ook in Nijvel werden vier Brusselse minderjarigen opgepakt nadat zij een slachtoffer met een mes hadden bedreigd om een telefoon af te nemen. “Opvallend is dat deze jongeren reeds gekend waren bij justitie. Eén van hen was zelfs recent weggelopen uit een jeugdinstelling, maar moest opnieuw worden vrijgelaten omdat zijn plaats inmiddels was ingenomen”, aldus De Brabandere. “Dat soort situaties ondermijnt elk gevoel van veiligheid én rechtvaardigheid.”
De Brusselse procureur des Konings, Julien Moinil, trok naar aanleiding van deze feiten aan de alarmbel en wijst op het structurele karakter van het probleem. Momenteel staan 162 Franstalige jongeren op de wachtlijst voor een gesloten instelling, terwijl in Brussel alleen al 98 jongeren wachten op thuisbegeleiding. Volgens de procureur hoeft men in die omstandigheden niet te verwachten dat het geweld zal afnemen. Bovendien blijkt dat een groot deel van de jonge daders reeds eerder in aanraking kwam met de jeugdrechtbank. “Deze cijfers bevestigen wat het Vlaams Belang al langer aanklaagt. Dit is het rechtstreekse gevolg van een beleid dat jarenlang onvoldoende heeft geïnvesteerd in jeugdjustitie”, gaat De Brabandere verder. “Jongeren die herhaaldelijk zware feiten plegen, ervaren vandaag nauwelijks nog gevolgen, wat het risico op herval alleen maar vergroot.”
“Niet de feiten, maar het plaatsgebrek bepaalt vandaag de straf”
De Vlaams-nationale partij pleit al geruime tijd voor een structurele uitbreiding van de capaciteit in gesloten jeugdinstellingen en voor een hervorming van het jeugdstrafrecht. De straf moet in de eerste plaats bepaald worden door de ernst van de feiten en niet door de beschikbaarheid van plaatsen. “Het kan niet dat de ene jongere wordt opgesloten en de andere vrijuit gaat, louter omdat er op dat moment al dan niet plaats is. Dat heeft niets meer met een consequente rechtsbedeling te maken”, aldus nog De Brabandere.
Tot slot wijst De Brabandere op de versnippering van bevoegdheden als bijkomende oorzaak van het probleem: “De verschillen in aanpak tussen het noorden en het zuiden van het land en de complexe bevoegdheidsverdeling maken een efficiënt beleid bijzonder moeilijk. Het Vlaams Belang pleit daarom voor een volledige overheveling van het jeugddelinquentiebeleid naar Vlaanderen, zodat er eindelijk een coherent en kordaat beleid kan worden gevoerd.”