Wel aankondigingen maar geen resultaten in institutionele beleidsnota De Wever
De beleidsnota van eerste minister Bart De Wever (N-VA) over de grondwetsherziening en institutionele vernieuwing krijgt stevige kritiek van Vlaams Belang-Kamerleden Barbara Pas en Werner Somers. Voor hen blijft het bij grote woorden en vage beloftes, terwijl concrete hervormingen uitblijven. “Een jaar na de start van deze regering is er nog geen enkel door deze beleidsploeg als prioritair bestempeld communautair dossier afgerond”, stelt Pas.
In het regeerakkoord stonden nochtans een paar duidelijke prioritair te realiseren engagementen: de afschaffing van de Senaat, een lijst van te herziene grondwetsartikelen, de herziening van de samenwerkingsakkoorden van 1994 en een aanpassing van de protocollaire rangorde. Die moesten ‘bij de aanvang’ of zelfs ‘onmiddellijk bij de start’ van de legislatuur worden aangepakt. Vandaag, een kwart van de regeerperiode later, is volgens Pas en Somers niets daarvan gerealiseerd.
“Van de prioritaire punten uit het regeerakkoord is er geen enkele afgerond”
Vooral de noodzakelijke afschaffing van de Senaat roept vragen op. “De nodige teksten zijn intussen wel ingediend, maar blijven hangen in de Senaat. Kennelijk heeft De Wever op dat vlak zijn eigen meerderheid niet meer in de hand”, aldus Pas. Tegelijk hekelt zij de manier waarop deze afschaffing wordt aangepakt, die neerkomt op een zuivere herfederalisering van het institutionele hervormingsproces. Dat staat volgens haar volkomen haaks op eerdere pleidooien van de N-VA voor meer macht voor de deelstaten.
Ook de aangekondigde voorbereiding van een nieuwe staatshervorming noemt Pas een lege doos. In de beleidsnota wordt die in slechts enkele zinnen afgehandeld. Er is sprake van een kleine kabinetscel die teksten voorbereidt, maar over de richting van de hervorming blijft het stil. “Gaat het om meer bevoegdheden voor Vlaanderen? Meer fiscale autonomie? Of net meer federale coördinatie?”, vraagt Somers zich af. “Op die fundamentele vragen komt geen duidelijk antwoord.”
“Institutionele hervormingen richting meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor de deelstaten, volgens alle waarnemers nochtans absoluut noodzakelijk om dit land op orde te zetten, zitten er met deze regering niet in, dat was al van in het begin duidelijk”, besluit Somers. “Maar zelfs een voorbereiding daarvan, wat nochtans wel in het regeerakkoord staat, lijkt te verzanden in besluiteloosheid.”