De Lijn weet zelf niet wie een busverbod opgelegd kreeg
Vlaams Parlementslid Sarah T’Joens stelt zich vragen bij de opvolging van busverboden die lokale besturen kunnen opleggen na agressie op het openbaar vervoer. Uit een vraag van T’Joens aan Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) blijkt dat vervoersmaatschappij De Lijn zelf geen overzicht bijhoudt van de opgelegde busverboden. “Het busverbod moet chauffeurs en reizigers beschermen tegen agressie. Maar als De Lijn zelf geen lijst heeft van mensen met een busverbod, kan ze onmogelijk meewerken aan de handhaving”, zegt T’Joens.
Het busverbod werd ingevoerd als instrument om agressie tegenover buschauffeurs en reizigers aan te pakken. Lokale besturen kunnen, na incidenten zoals geweld of ernstige intimidatie, een tijdelijk opstapverbod opleggen aan bepaalde personen. Volgens het antwoord van de minister registreert De Lijn echter niet hoeveel van die busverboden effectief worden opgelegd.
“Als we agressie op het openbaar vervoer ernstig willen aanpakken, moeten we ook weten welke maatregelen effectief zijn”
Daarnaast blijkt dat de toepassing en handhaving van een busverbod in de praktijk vooral op lokaal niveau gebeurt. Lokale besturen beslissen wanneer een busverbod wordt opgelegd en de controle ligt voornamelijk bij de politiediensten. Camerabeelden van De Lijn kunnen wel gebruikt worden in dossiers. “Maar als de controle voornamelijk bij de politie ligt en er geen centraal register bestaat, rijst de vraag hoe een busverbod in de praktijk wordt opgevolgd”, stelt T’Joens.
Volgens T’Joens is er daarom nood aan een betere opvolging van deze maatregel. “Als we agressie op het openbaar vervoer ernstig willen aanpakken, moeten we ook weten welke maatregelen effectief zijn”, concludeert het Vlaams Parlementslid. “Een duidelijk overzicht van opgelegde busverboden en een betere communicatie tussen De Lijn en de lokale besturen zijn noodzakelijk om deze maatregel echt doeltreffend te maken.”