N-VA wil Vlaamse buitenlandse autonomie niet waarmaken
De interfederale samenwerkingsakkoorden over buitenlands beleid zijn meer dan dertig jaar oud en worden maar niet herzien. Vlaams Parlementslid Johan Deckmyn (Vlaams Belang) trok nog maar eens aan de alarmbel in de Commissie Buitenlands Beleid van het Vlaams Parlement. “De N-VA levert vandaag zowel de Vlaamse minister-president als de federale premier, maar tastbare resultaten voor Vlaanderen blijven ook nu uit. De Vlaamse regering ging inzetten op een snelle evolutie in dit dossier, maar ik heb een groot déjà-vu gevoel”, aldus Deckmyn. “Gaan we nog eens dertig jaar moeten wachten en dertig jaar dezelfde vragen stellen?”
Aan de basis van het probleem liggen de samenwerkingsakkoorden van de jaren 90, die de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelstaten rond internationale vertegenwoordiging regelen. Deze zijn hopeloos gedateerd, omdat ze geen rekening houden met de staatshervormingen sindsdien en dus de overgehevelde bevoegdheden naar de deelstaten. Hiermee schendt de federale regering het grondwettelijk principe van in foro interno, in foro externo. Dit betekent dat het bestuursniveau dat intern bevoegd is voor een materie, ook bevoegd is voor de buitenlandse vertegenwoordiging ervan. Gezien het federale niveau en de deelstaten grondwettelijk op gelijke voet staan – er is in tegenstelling tot andere federale landen geen interne hiërarchie – creëert dit problemen bij internationale vertegenwoordiging, waar meestal slechts het land mag zetelen, zonder dat met de interne structuur wordt rekening gehouden.
Het Vlaams Belang stelde ook tijdens de vorige legislatuur herhaaldelijk vragen over de herziening van de samenwerkingsakkoorden uit 1994, telkens zonder tastbaar resultaat. De Raad van State maande de bevoegde overheden al in 2008 aan om hierin duidelijkheid te scheppen. Vandaag, in 2026, wacht Vlaanderen nog steeds. Minister-president Matthias Diependaele (N-VA) erkende dat de akkoorden urgent herzien moeten worden, maar kon geen enkel concreet resultaat voorleggen. Zijn antwoord: de gesprekken lopen, maar hij wil er niet te diep op ingaan om ze "alle kansen te geven”. Hij voegde eraan toe: “We zullen dan wel zien hoever we ermee geraken."
Kansen beter dan ooit, resultaten nul
Voor Deckmyn is het patroon ondertussen pijnlijk vertrouwd: "Ik heb in het verleden al vaak vragen gesteld en kreeg altijd hetzelfde antwoord. Onder voormalig Vlaams minister-president Jan Jambon(N-VA) moest ik horen dat er op federaal niveau een andere meerderheid was. Vandaag levert N-VA zowel Vlaams als federaal de eerste minister, maar zonder enige verandering. Als het dan nog altijd niet lukt, wat zegt dat dan over die partij?"
Deckmyn vroeg ook of Diependaele bereid is het Vlaams Parlement structureel en proactief te informeren over de voortgang van dit institutioneel cruciale dossier. Een concreet engagement daarover bleef uit. "Moet ik u volgende maand, over twee maanden, over zes maanden of in 2027 opnieuw dezelfde vraag stellen?", besloot Deckmyn. "U zei letterlijk: 'We zullen wel zien hoever we raken.' Minister-president, ik vind dat bijzonder droevig als antwoord.”