Meer dan 300.000 leerlingen spreken thuis geen Nederlands
Het aandeel leerlingen dat thuis geen Nederlands spreekt, blijft verder stijgen. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van Statistiek Vlaanderen. “Cijfers die bevestigen wat al langer duidelijk is”, zegt Vlaams Parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang). “Zonder een doortastend en verplichtend taal- en integratiebeleid dreigt de onderwijskwaliteit verder te eroderen. We overschrijden opnieuw een symbolische en zorgwekkende grens. Dit vraagt duidelijke en bindende keuzes.”
Uit de recentste statistische update blijkt dat in het schooljaar 2024-2025 maar liefst 29,2 procent van de kleuters, 27,7 procent van de leerlingen in het lager onderwijs en 23,4 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs thuis geen Nederlands spreekt. “Op vijftien jaar tijd is het aandeel anderstalige leerlingen quasi verdubbeld,” stelt Beckers. “In 2010-2011 ging het nog om 13,6 procent. Vandaag is dat alle schoolonderdelen samengeteld meer dan één op vier leerlingen.” Ook in absolute cijfers is de stijging flagrant. In totaal telt het Vlaams onderwijs vandaag 306.789 leerlingen met een andere thuistaal dan het Nederlands. “Dat zijn er ruim 160.000 meer dan vijftien jaar geleden. Dit zijn geen marginale aantallen meer. Dit bepaalt fundamenteel de realiteit op de klasvloer, de werkdruk voor leerkrachten én de leerprestaties van álle leerlingen.”
Volgens Beckers is de blijvende groei bijzonder problematisch gezien de wetenschappelijk goed gedocumenteerde samenhang tussen een andere thuistaal en slechtere onderwijsprestaties. “Vlaanderen kent een van de grootste prestatiekloof ter wereld tussen leerlingen die thuis de instructietaal spreken en leerlingen die dat niet doen. Nederlands is de sleutel tot het curriculum. Wie de taal onvoldoende beheerst, hinkt op ieder vakdomein achterop.”
Afgelopen zomer publiceerde onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) – na aanhoudende druk van de Vlaams Belang-fractie - een omvattend taalactieplan voor het basisonderwijs in haar nota Ieder kind taalheld. Eén van de speerpunten zijn aparte zogenaamde “taalheldklassen” in de lagere school voor kinderen met grote taalachterstanden. “Met onze partij pleiten we al decennia voor verplichte en intensieve taalbadklassen. Het is positief dat het beleid eindelijk onze nodige ideeën invoert, zij het helaas twintig jaar te laat”, aldus Beckers. “Tegelijk blijft de uitwerking ervan vandaag te vrijblijvend. De toeleiding naar die taalheldklassen wordt volledig overgelaten aan het goeddunken van de klassenraad, zonder duidelijke objectieve richtlijnen of wetenschappelijke screening. Daardoor bestaat het reële risico dat kinderen met ernstige taalachterstanden toch in het reguliere traject blijven hangen.”
“Ook is het zeer eigenaardig dat die taalheldklassen maar mogelijk zijn vanaf het tweede leerjaar. Zolang de KOALA-screening in het derde kleuter een screening blijft en geen taaltest met bindende gevolgen voor doorstroom wordt, zullen er in het eerste leerjaar ook kinderen met grote taalachterstanden blijven instromen”, zegt Beckers. “Mij lijkt het absurd waarom je voor deze leerlingen dan geen taalbadklas zou mogen inrichten.” Recent was ook de Vlaamse Onderwijsraad in haar advies kritisch over die leeftijdscesuur en stelde ze dat daar amper wetenschappelijke grond toe bestaat.
“Vandaag is het dweilen met de kraan open”
“Taalverwerving stopt niet aan de schoolpoort”, gaat Beckers verder. “Ouders dragen een essentiële verantwoordelijkheid om hun kinderen voldoende oefenkansen Nederlands te geven.” In het actieplan Ieder kind taalheld wil Demir daarop inzetten, o.a. door in het kleuter ook instapklasjes te organiseren voor ouders. Daarnaast wilde de regering ook ouders die pertinent weigeren om zich in te zetten om Nederlands te leren, responsabiliseren door hen de schoolbonus af te nemen. Maar als gevolg van de besparingen van dit jaar heeft de regering die schoolbonus quasi afgeschaft en is dat voornemen nu een lege doos geworden.
“Vandaag wordt met de kraan open gedweild. Het federale en Europese opengrenzenbeleid blijft zorgen voor een constante instroom, terwijl het Vlaamse integratiebeleid onvoldoende effect sorteert. Als het integratiebeleid van deze regering ook maar enig resultaat zou hebben, dan zou je toch minimum een tempering van de stijging zien. Het tegendeel is waar”, besluit Beckers. “Zonder een fundamentele koerswijziging riskeren meer en meer Nederlandstalige leerlingen in hun eigen school een minderheid te worden. Dat is geen ongefundeerd of ideologisch alarmisme, dat is een demografische realiteit.”